sluiten Cookies

Stel uw persoonlijke cookie-instellingen in. Hou er rekening mee dat bepaalde onderdelen van NieuwsVallei.nl niet of niet optimaal zullen functioneren als u cookies blokkeert.
Lees ons cookie statement voor meer informatie.

Cookies toestaan Cookies niet toestaan

Papierliefde bloeit op in Renkum

Er was eens een meisje. Haar naam was Maria Anna van den Berg. Ze kwam uit een rijk gezin van zes kinderen, waar zij de jongste van was. Hun prachtige, grote huis bevond zich op een uitgestrekt landgoed in het dorpje Heelsum. In Heelsum woonden veel welgestelde lieden, terwijl in het dorpje dat aan Heelsum vast zat, Renkum genaamd, juist de werklieden woonden en werkten.


Er was eens een meisje. Haar naam was Maria Anna van den Berg. Ze kwam uit een rijk gezin van zes kinderen, waar zij de jongste van was. Hun prachtige, grote huis bevond zich op een uitgestrekt landgoed in het dorpje Heelsum. In Heelsum woonden veel welgestelde lieden, terwijl in het dorpje dat aan Heelsum vast zat, Renkum genaamd, juist de werklieden woonden en werkten.  

 
Maria Anna was een jonge vrouw die altijd al lichtelijk excentriek was geweest. Zo speelde Maria toen ze klein was zelden samen met haar leeftijdsgenootjes bordspellen mee. Nee, Maria was te vinden in de bossen rondom het dorp. Haar oudere broers en zussen leerden dure woorden en nette manieren, terwijl Maria ondertussen naar buiten was gevlucht om met aquarel de prachtige glinsteringen van de Nederrijn te schilderen.  
 
Op een dag was Maria Anna weer naar de Nederrijn gevlucht om te gaan schilderen. De rivier lag aan de zuidkant van het armere dorpje Renkum, dus Maria moest eerst door het gehele dorpje heen. Het was nog vroeg in de ochtend, maar langs de Dorpsstraat waren al allemaal ambachtelijke spulletjes uitgestald in kleurrijke kraampjes. Maria rook de geuren van vers gevangen vis, verschillende kruiden van de kruidenier en ze zag ook de grote, ronde kazen netjes opgestapeld op een tafeltje. Ook was er een kraampje met poppenkastmeubeltjes, handgemaakte sieraden en kinderkleertjes. Even verderop stond een theekraampje, zodat voorbijgangers wat konden drinken terwijl ze over de markt liepen.  
 


Toen het al rond tweeën liep en Maria Anna al uren had zitten schilderen, stak er opeens een harde wind op. De wind pakte het stapeltje papieren op die Maria op het gras had neergelegd en voerde de papieren mee de Nederrijn in. Geschrokken stond de jonge vrouw op en ze holde achter de papieren aan. Ze zag ze liggen in de rivier, maar ze waren nog te ver weg. Ze rende en rende, want ze moest haar papieren terugkrijgen, anders zou ze weer naar huis moeten gaan. En dat was wel het laatste wat ze wou.  
 
De rivier maakte een bocht en Maria verloor haar papieren uit het oog. Ze holde door terwijl ze met moeite haar jurk omhoog kon houden. Toen ze eenmaal de bocht om was, waren haar papieren nergens meer te bekennen. Geschrokken keek ze op en plots zag een jongeman staan die haar natte papieren in zijn hand hield. Snel liet ze haar jurk weer los en liep ze wat beduusd op hem af. De man zat onder het stof en was duidelijk niet van edele afkomst. De jongen schraapte zijn keel en zei: "Deze zijn van u, neem ik aan?"  
 
Maria lachte verlegen en knikte. De jongen had zwarte krullen, levendig blauwe ogen en had een typisch werkersbaardje op zijn brede kaken staan. De jongen stak zijn hand uit en overhandigde de papieren aan Maria, maar terwijl Maria ze probeerde aan te pakken, scheurden de natte papieren en vielen ze in korrelige stukjes op de grond. Beteuterd staarde het rijke meisje naar het gras. Ze zuchtte diep en er liep een verloren traan over haar wang. Ze bedankte de jongen en draaide zich om.  


 


"Mejuffrouw!" riep de werker haar achterna. Maria draaide zich om en keek de jongen aan. Zijn ogen keken haar doordringend aan en Maria voelde dat haar hart sneller begon te kloppen. De jongeman wees met zijn duim naar achteren en in de verte stond een groot gebouw. "Parenco, was het niet?" vroeg Maria. "Dat is correct, mevrouw. De nieuwste papierfabriek van Renkum, net sinds 1912 geopend." vertelde de jongen trots. "Ik werk er, dus, tja... Ik zou misschien wat papier voor u kunnen gaan halen?" 


 Maria Anna haar ogen begonnen te glinsteren en al lachend knikte ze. Ze werd zelfs zo nieuwsgierig dat ze er uit floepte: "Mag ik mee?" De werker keek haar wat verbaasd aan en lachte hoofdschuddend. "Het is daar wel nogal stoffig" en hij wees naar zijn kleding. "Deert niet, ik wil graag het papier zien. Ik ben Maria." "Willem", antwoordde de jongen.  
 
Even later stonden Maria Anna en Willem in de papierfabriek. Het was er erg donker en kil, maar toch kon het rijke meisje niet stoppen met glimlachen. "Een papierparadijs", fluisterde ze terwijl ze verwonderd om zich heen keek. Willem grinnikte en samen slopen ze naar achteren, waar het gesneden papier in stapels opgeborgen stond. De jongeman pakte een klein stapeltje op en overhandigde het Maria. "Wordt u niet gestraft hiervoor?" vroeg Maria Anna bezorgd. "Nee hoor, zo'n klein beetje vindt de baas niet erg." Blij glimlachte Maria Anna. "Waar komt u vandaan?"  
 
Willem Borges legde uit dat zijn vader vanuit Dordrecht naar Renkum was verhuisd, speciaal voor de papierfabrieken. Zijn overgrootvader, Claude Borges, kwam uit Spanje en was ook dankzij de papierfabrieken in Dordrecht belandt. "Wist je dat de Arabieren het papier maken hebben afgekeken van Chinese krijgsgevangen? En zo is het via Noord-Afrika naar Italië en Spanje gegaan. En toen door naar Dordrecht en zo ook naar Renkum." Nu waren de glinsteringen te zien in Willem zijn ogen. "Echt?.. Wauw, dat wist ik niet," zei Maria Anna verbaasd. "Wellicht zijn daarom de Renkumse lieden zo divers van etniciteit."  Willem haalde zijn schouders op. "Zou kunnen."  
 
Stilletjes liepen de twee weer naar buiten, het felle buitenlicht tegemoet. "Dank u wel", zei Maria vol bewondering. "Kom gerust nog eens langs", stamelde de werker wat ongemakkelijk. Maria glimlachte. "Zal ik doen".  
 
En dat deed ze. De twee werden verliefd en ondanks hun verschillende komaf trouwden ze een paar jaar later. Willem Borges klom hogerop in het bedrijf Parenco en Maria Anna Borges – van den Berg, schilderde er naar hartenlust op los. Ondanks de Tweede Oorlog bleef Parenco bestaan, hoewel het na een paar ups en downs wel moest minderen qua werknemersaantal. Gelukkig baatte dit het geluk van Willem en Maria niet, want zij leefden in weelde met elkaar. Willem begon een ambachtszaakje waarin hij de schilderijen van Maria verkocht en Maria leerde de kinderen uit Renkum en Heelsum ook met aquarel te schilderen, om zo de lokale ambachten in ere te houden.  


En zo leefden ze nog lang en gelukkig. 

 

Dit is een fictief verhaal met fictieve personages. 

 

 

Discussieer mee Hebben de papierfabrieken invloed op Renkum?