sluiten Cookies

Stel uw persoonlijke cookie-instellingen in. Hou er rekening mee dat bepaalde onderdelen van NieuwsVallei.nl niet of niet optimaal zullen functioneren als u cookies blokkeert.
Lees ons cookie statement voor meer informatie.

Cookies toestaan Cookies niet toestaan

Jan vindt passie in Wageningen

Als een kind van de machines was Jan Hovestad altijd te vinden in de drukkerij. Toen zijn droom om automonteur te worden uit elkaar spatte, vond hij zijn heil in het bedienen van de vouwmachine. Door deze machine werd Jan alleen maar beter, sneller en gepassioneerder. 

Als een kind van de machines was Jan Hovestad altijd te vinden in de drukkerij. Toen zijn droom om automonteur te worden uit elkaar spatte, vond hij zijn heil in het bedienen van de vouwmachine. Door deze machine werd Jan alleen maar beter, sneller en gepassioneerder. 

De wijk waar Jan woont, is heel erg veranderd. Hij herinnert zich het verleden van de dichtbij liggende wijk, de plantsoenen, nog. In zijn jeugdjaren, 68 jaar geleden, was daar nog helemaal niets. “Het was allemaal graan en rogge. Ik kan het paadje in mijn gedachten nog bijna volgen. Dan kom ik uit bij een oude leraar van de katholieke school. Dat was één groot pad tussen het koren.”

Midden in de wijk staat tegenwoordig een kleine supermarkt. Veel mensen doen daar de kleine boodschappen, maar ooit woonde Jans grootmoeder daar. “Voor haar huis reed toen ook de trein, die maakte daar een bocht en reed door naar het station. Dat was op de Stadsbrink, in het centrum.” Wageningen stond toen volgens Jan nog heel dicht bij elkaar, het spooremplacement lag nog net niet tegen de huizen aan. “Dat kan je je nu niet meer voorstellen.”

Iedereen noemde de trein 'De Bello', vanwege de koperen bel die voorop hing.

Jans vader heeft een aantal hachelijke situaties met deze trein meegemaakt, toen hij melkventer voor zuivelfabriek Concordia was. “Hij reed met melk op karren met hoge wielen en toen kwam de trein er aan. Iedereen noemde de trein 'De Bello', volgens mij vanwege de grote koperen bel die voorop hing. Mijn vader probeerde de kar bij het spoor weg te sturen, maar kwam met een van de karrewielen in het spoor.”

Het liep allemaal goed af en Jans vader kwam met de schrik vrij. De gevolgen hadden catastrofaal kunnen zijn “Als medewerker had je de verantwoordelijkheid over de lading. Was de melk op de grond gevallen, had hij dat allemaal uit eigen zak moeten betalen.”

Ontspoorde trein 

De trein is pas in 1968 opgeheven. Jan weet nog dat in de oorlog, toen hij op school zat, de grote Bello omviel. “Dat was de grote stoomlocomotief, die lag zomaar op zijn kant. Op de een of andere manier hadden ze de rails geblokkeerd en zo was de trein dus bewust ontspoord.”

Tijdens de oorlog zat Jan op de Emmaschool, een christelijke basisschool. “Toen wilde ik automonteur worden. Je mocht dan met twaalf jaar en acht maanden naar de technische school.” Ook de school is inmiddels afgebroken. Helaas heeft Jan de technische school nooit kunnen afmaken.

Als ik vlak moest vijlen, werd het rond en als ik rond moest vijlen, werd het vlak.

“Toen ik een jaar of vijf was, heb ik een beschadiging opgelopen door zand in mijn ogen. Er zat een litteken precies midden op mijn rechter oog.” Jan weet niet of het door deze beschadiging komt dat hij het niet goed deed op de technische school. “Als ik vlak moest vijlen, werd het rond en als ik rond moest vijlen, werd het vlak. Het resultaat was altijd precies het tegenovergestelde.”

Na twee jaar deze opleiding geprobeerd te hebben, is Jan van school gegaan. Met vijftien jaar begon hij als boekbinder bij drukkerij Vada. Op zijn zestiende mocht hij een opleiding in Utrecht volgen. “Een dag in de week ging ik dan naar de school voor de grafische vakken. Daar kregen wij een driejarige opleiding.”

Jan deed op zijn negentiende examen, maar zijn hekel aan overwerken liet hem besluiten om er nog een diploma bij te halen. In drie jaar heeft hij de middelbare handels avondschool gevolgd. “Die stond in de plantsoenen, maar is inmiddels óók al verdwenen. Het is allemaal weg!”

Mariët Verstegen, buurtbewoner en kennis van Jan, is tijdens het gesprek aangeschoven. Ze is zelf nog docent geweest op de handels avondscholen en werkt nu op de universiteit. “Die handels avondscholen waren zeer gewild, want de mensen die vroeger moeilijk of geen gelegenheid kregen om naar school te gaan, kregen die wel bij de avondscholen.” In die tijd was dit traject heel normaal voor kinderen die al aan het werk waren, maar graag hogerop in het vak wilden komen.

Groeien in het vak


Nadat Jan het algeheel diploma aan de handels avondschool haalde, is hij doorgegroeid in het vak. Zijn kunde met de machines maakte dat het instellen een van zijn favoriete handelingen werd. “Ik kon de machines uiteindelijk zelf beheren en afstellen.” Na een paar jaar is Jan in een pocketbinderij in Utrecht gaan werken. Daar heeft hij zes jaar van zijn leven gesleten, tot 1969.

Helaas betekenden de werktijden en de reistijden een aanslag op het gezin. “Als je elke ochtend om zes uur op moet en je hebt een vrouw en kinderen, dat is absoluut niet prettig. Toen zei mijn vrouw: 'Probeer maar naar Wageningen te komen.' Dat heb ik toen maar gedaan.”

In Wageningen kon Jan terecht bij de overheidsdrukkerij Pudoc. Daar werden veel partijen in opdracht van de universiteit gedrukt. “De grootste partijen waren rond de vijfhonderd exemplaren. Daar deden wij dan de afwerking, het drukken en zelfs de fotografie van. Ikzelf kreeg de afwerking onder mijn hoede.”

Toen zei mijn vrouw: "Probeer maar naar Wageningen te komen."

Terwijl een particuliere drukkerij na drie of vier controles de machines klaar moet hebben staan, ging dat bij Pudoc wel anders. “Wij drukten wel eens over aardappelplanten en dan moest je de bloem van de aardappelplant exact gedrukt krijgen als op de foto. Aan het afstellen daarvan ging een hoop papier verloren, maar het moest wel om exact de kleur van het bloempje te krijgen.”

Jan heeft een fantastisch oog voor details als het gaat om drukwerk. Mariët laat hem wel eens een proefschrift van de universiteit zien. “Jan kijkt meteen hoe het gebonden is, hoe het gedrukt is, op welk papier en met welke letters. Hij haalt gelijk de kwaliteit er uit.”

Na een paar jaar werd er iemand ziek op de universiteit en werd er een boekbinder gevraagd. Jan reageerde meteen. “Als ik een boek voor de geest haal, kan ik precies tegen de drukker zeggen wat hij moet doen. Uiteindelijk ben ik daar aangenomen als chef magazijn en coördinator bindwerk voor de gehele universiteit.” Jan werkte daar van 1981 tot 1995.

Net (niet) met pensioen


Na Jans avontuur bij de universiteit ging hij eindelijk met pensioen. Na een paar weken sprak hij met een collega van de drumband waar hij veertien jaar in gespeeld had. Deze collega reed op de buurtbus, nu de plusbus, en Jan was nieuwsgierig hoe dat was. ''Ik mocht een keer met hem mee in de bus. Ik werd opgehaald, maar op dat moment deed de chauffeur iets vreemds: hij reed gelijk door naar het hoofdkantoor van de coördinator. Hij zei: 'Zo, we hebben er een nieuwe chauffeur bij' en stelde me toen pas voor.''

Jan vond de buurtbus erg leuk werk. Vooral de mensen die zonder de bus nergens naar toe zouden kunnen gaven hem een gevoel van voldoening. “Bijvoorbeeld op een tweede paasdag, als mensen op visite bij familie willen. Wanneer er geen bus is, kunnen ze niet gaan.”

Uiteindelijk werd het Jan fysiek allemaal te zwaar. “Niet het rijden, maar het vastzetten van de rolstoelen. Daardoor moest ik stoppen en definitief met pensioen.” Als tijdverdrijf vindt Jan het gezellig om in de voortuin met de buren uit deze rij woningen te kletsen. Uiteindelijk blijft hij een man van gezelligheid en contact.

Bent u na deze geschiedenis geïnteresseerd geraakt in de Boven - Beneden buurt waar Jan Hovestad woont? Leest u dan ook het wijkportret van de redactie Wageningen.