sluiten Cookies

Stel uw persoonlijke cookie-instellingen in. Hou er rekening mee dat bepaalde onderdelen van NieuwsVallei.nl niet of niet optimaal zullen functioneren als u cookies blokkeert.
Lees ons cookie statement voor meer informatie.

Cookies toestaan Cookies niet toestaan

Huis of thuis?

Scherpenzeel, een pittoresk dorp in de provincie Gelderland, is trots op haar ‘kasteel’. De hekken die toegang geven tot het park staan wagenwijd open en zijn zo een uitnodigend gebaar om naar binnen te gaan. Het park staat open voor bezoekers, maar of Scherpenzeel zelf ook zo open is? Daar zijn de meningen over verdeeld. “We helpen elkaar waar nodig is, maar we lopen de deur niet plat bij elkaar’, vertelt een vrouw die net haar hond uitlaat. Hier een beeld van Scherpenzeel met als gids Huize Scherpenzeel.

Bij de vijver staat een vrouw met haar dochtertje. Het kleine blonde meisje klemt zich stevig vast aan het been van haar moeder. Ze kruipt bijna onder de lange rok van de vrouw, terwijl de eendjes zich steeds dichter rond het tweetal scharen. Wanneer de eenden het meisje bijna aan kunnen raken, tilt de moeder het kind op haar arm en kijkt het meisje vanaf veilige hoogte toe hoe de eenden de broodkorsten naar binnen werken.

Zo rond het middaguur lopen er meer mensen in het park. Af en toe wandelt er iemand langs met een hond. Twee vrouwen sjouwen met boodschappentassen naar het dichtbij gelegen parkeerterreintje. Een jongentje van een jaar of tien met een rugzak op z’n rug racet over de paden. Verder gebeurt er weinig. De grasvelden liggen er netjes bij en het kasteel steekt er statig bovenuit.

Voedsel inslaan

In het centrum van Scherpenzeel zijn meer mensen te vinden. Vooral bij de ingang van de supermarkt lopen mannen en vrouwen af en aan. De Scherpenzelers slaan voedsel in op de hoek van de Marktstraat en de Beukenlaan. De boodschappen worden in fietstassen gepropt en alles wat er niet in past, wordt in een grote tas aan het stuur gehangen. Eigenlijk hebben ze wel wat weg van de eendjes die zich net nog rondom de twee in het park verzamelden.

Het park is een oase van groen. Bomen, struiken, bloemen en gras zorgen voor een groen geheel. Op één boom na, hij staat midden op het grasveld naast het witte huis. Deze boom is gekroond met takken die rode balderen dragen, ze steken prachtig af tegen het groene palet op de achtergrond.


Weinig diversiteit in de natuur zien we ook terug in de cultuur. Op straat lopen alleen maar blanke mensen, bij de supermarkt, bij de Kruidvat, in het park en zelfs bij de viskraam staat geen enkele getinte Scherpenzeler. Maar dat is ook helemaal niet gek, want onderzoek laat zien dat maar negen procent van de Scherpenzeelse bevolking allochtoon is.

Scherpenzeelse Siësta

Dat Scherpenzeel geen wereldstad is, wisten we al. Maar tussen de middag wordt dat nog eens bevestigd. Waar in Amsterdam de winkels 24/7 open zijn. Gaan de kleine winkels in Scherpenzeel tussen de middag een uur dicht. Want de werknemers hebben dan pauze. Niemand lijkt zich er druk om te maken.

                            

Een man van een jaar of zestig staat te wachten tot de opticien haar deuren weer opent. De man blijkt import te zijn, zoals iemand wordt genoemd die niet uit Scherpenzeel zelf komt. ‘Het is een best dorp hoor.’ Toch steekt hij niet onder stoelen of banken dat zijn hart niet in Scherpenzeel ligt maar in Leersum. Over het park is hij niet echt te spreken. ‘In Leersum was er veel meer groen.’

Even nadat de opticien weer is open gegaan en de man naar binnen is gestapt, verschijnt het hoofd van Janet bij de deur van haar wolwinkel. ‘We zijn weer open hoor’, zegt ze. Janet is een echte Scherpenzeler. Al jaren runt ze haar eigen creatieve winkeltje. Bollen wol in alle kleuren van de regenboog liggen opgestapeld in kasten langs de zijkant van de wand. Pennen, papier, stiften, verf het is er allemaal.

‘Er wordt veel geroddeld, maar dat heeft ook goede kanten. Zo kan je met elkaar meeleven.’

Rasechte of import

Vooral veel vrouwen bezoeken met regelmaat de winkel van Janet. Janet spreekt zo ontzettend veel mensen en weet daarom ook veel over Scherpenzeel te vertellen. ‘Er wordt veel geroddeld, maar dat heeft ook goede kanten. Zo kan je met elkaar meeleven.’ Scherpenzeel kent een echte ons-kent-ons sfeer. Iedereen kent elkaar, dat zou een barrière kunnen zijn voor buitenstaanders om op te gaan in de gemeenschap. Maar volgens Janet valt dat wel mee. ‘Buitenstaanders worden goed opgenomen.’

Dat wordt niet door alle buitenstaanders bevestigt. Een jonge blonde vrouw vertelt dat ze nog niet zo lang in Scherpenzeel woont. ‘Ik ben van tevoren al gewaarschuwd dat het een hechte gemeenschap is. “Het is geen Den Haag”, zeg ik altijd.’ Ze voelt zich niet persé opgenomen in de gemeenschap. ‘Je moet jezelf opstellen, maar ik ben meer iemand die de kat uit de boom kijkt.’

Dat eigen initiatief wel van belang is binnen Scherpenzeel bevestigt ook een voorbijganger. ‘In Scherpenzeel hebben we een open sfeer, als je zelf ook open bent.’ Terwijl ze het zegt steekt ze haar hand op naar een man die langs fiets, hij groet vrolijk terug. Wederom wordt het ons-kent-ons sfeertje bevestigt.

                                              
De skyline van Scherpenzeel tekent het silhouet van een aantal grote gebouwen. De Sionskerk en de Grote kerk steken met kop en schouder boven de rest van Scherpenzeel uit. Ze staan symbool voor het christelijke karakter van het dorp. Ook het straatbeeld laat zien dat de meeste mensen hier aangesloten zijn bij een kerk.

Christelijk, open, blank en gezellig? Is dat wat Scherpenzeel typeert? De komende weken gaan wij op onderzoek uit in Scherpenzeel. Bent u een echte Scherpenzeler, of ‘import’? En heeft u een bijzonder verhaal? Deel het met één van onze redacteuren Daan Vlastuin, Clemens Hoste, Nienke Colijn en Iris Maljaars.

Discussieer mee Een huis of een thuis in Scherpenzeel?