sluiten Cookies

Stel uw persoonlijke cookie-instellingen in. Hou er rekening mee dat bepaalde onderdelen van NieuwsVallei.nl niet of niet optimaal zullen functioneren als u cookies blokkeert.
Lees ons cookie statement voor meer informatie.

Cookies toestaan Cookies niet toestaan

Hoe Barneveld het leegstandsmonster verslaat

In het jaar 2008 van onze jaartelling wordt Nederland geteisterd door donkere wolken van recessie. Zelfs spaarzame winkeliers kunnen het hoofd niet meer boven water houden. Vele winkels gaan failliet en ondernemers gooien hun 'wapens' aan de voeten van het monster genaamd winkelleegstand. Slechts af en toe worden lege winkelpanden weer gevuld door hoopvolle ondernemers; vaak tevergeefs.

In het jaar 2008 van onze jaartelling wordt Nederland geteisterd door donkere wolken van recessie. Zelfs spaarzame winkeliers kunnen het hoofd niet meer boven water houden. Vele winkels gaan failliet en ondernemers gooien hun 'wapens' aan de voeten van het monster genaamd winkelleegstand. Slechts af en toe worden lege winkelpanden weer gevuld door hoopvolle ondernemers; vaak tevergeefs.

Heel Nederland  kampt met winkelleegstand…

Héél Nederland? Nee. Een klein dorpje genaamd Barneveld biedt dapper weerstand aan verminderende klandizie en opstapelende kostenposten.

Hoe hebben de Barnevelders het voor elkaar gekregen om in donkere tijden van crisis de winkels bezet te houden?

 

Voor we antwoord op geven op die vraag reizen we eerst terug naar 17 juni 2016, de dag dat ABN AMRO het rapport ‘Leegstand in de winkelstraat’ publiceerde. Volgens dit rapport staat in Nederland gemiddeld 8,3 procent van de winkelpanden leeg. Vooral in de kleinere steden ligt dit percentage hoger. Maar in Barneveld wonder boven wonder niet. Hier staat ‘slechts’ 5,2 procent van de totale winkeloppervlakte leeg.

 

Bron: Barneveld in cijfers: winkelleegstand in m2

 

Een gedeelte van dit percentage bestaat uit de frictieleegstand; de lege panden die binnen een jaar weer gevuld zijn, vertelt communicatieadviseur Bertil Rebel van de gemeente Barneveld. “En enige leegstand is niet per se verkeerd. Op die manier kunnen interne verhuizingen op gang komen.”

 

Het geheime wapen

Terug naar het heden. We vervolgen onze zoektocht naar het geheime wapen dat Barneveld hanteert om de winkelleegstand af te weren. "Aan het begin van wat wij de economische crisis noemen dachten veel ondernemers: 'het komt wel goed.'', vertelt Wilma Gorissen. Zij is voorzitter van de Barneveldse Middenstandsvereniging (BMV). "Als je maar diep genoeg bukt, waait het vanzelf over. Maar dit was niet zo. Gelukkig hebben wij een stevige ondernemersvereniging. Die was alert toen er veranderingen optraden. We hebben op tijd actie ondernomen. Met het opkomen van de webshops hebben we onze leden geadviseerd na te gaan denken over een onlineconcept naast hun fysieke winkel. We hebben veel trainingen gegeven en meegedacht met de winkeliers. Nu zien we dat veel winkeliers in Barneveld online en offline met elkaar verbonden hebben.”

 

“Barneveld Bruist”

Om de toch al minimale winkelleegstand nog verder terug te dringen, heeft de gemeente in samenwerking met de BMV, de Centrum Ontwikkeling Barneveld (COB) en ondernemers het actiedocument ‘Barneveld Bruist’ opgesteld. Het actieplan is een project om het centrum van Barneveld nog meer op de kaart te zetten. De gemeente trekt hiervoor 44.000 euro uit en de BMV investeert 10.000 euro in het plan. Concrete onderdelen van het plan zijn onder meer het plaatsen van vlaggenmasten, speeltoestellen, meer fietsenstallingen, een nieuwe kippenren en levensgrote schaakborden.

 

Naast praktische aanvullingen zijn er nog ander soort projecten om het centrum aantrekkelijker te maken. Zoals het promoten van de eigen geschiedenis. Op de muren van historische gebouwen zullen QR-codes komen te hangen. Wanneer je deze scant, kom je de geschiedenisfeiten te weten. Een ander punt van het actieplan is 'Barneveld in Beeld'. Wilma Gorissen zegt hierover: "‘Barneveld in Beeld’ is een beeldenroute die we in het centrum creëren. Er komen beelden op straat te staan, waar je zo even mee op de foto kunt gaan en daar betrekken we dan weer lokale bedrijven bij.”

 

Centrummanager Karelien Druijff vertelt: "We staan bekend om onze kippen en de ‘Biblebelt’. Maar Barneveld heeft zoveel meer te bieden dan alleen een kip en een ei. We hebben een mooi en aantrekkelijk centrum. We zijn uiteraard wel trots op onze kippen. Er is geen enkel ander dorp waarvan mensen meteen zeggen: 'O, dat is van die kippen?' Daar mogen we echt wel trots op zijn." Gorissen beaamt net als Druiff dat Barneveld zich profileert als ‘kippendorp’. "Ook daarover zijn we weer aan het nadenken. Hoe kunnen we dat nu nog weer leuk op een voetstuk brengen? Het is een goed merk en dat mogen en kunnen we gebruiken in ons voordeel.”

 

 

Uniek en origineel

Wat zeker ook bijdraagt aan dit Barneveldse succes is het grote aantal authentieke winkels binnen Barneveld. Met name familiebedrijven behoren tot deze categorie. Op deze unieke winkels komen veel mensen af. Niet alleen uit de omgeving, maar zelfs Zeeuwen reizen voor een nergens anders te vinden winkel naar de Veluwe. 

 

Karelien Druijff vindt: "We hebben klanten van ver buiten de regio, zoals bijvoorbeeld het Gooi en de randstad. Dat komt doordat het dorpse karakter én de klant nog heel erg belangrijk zijn, vertellen ze ons. Er wordt veel georganiseerd, er is een groot winkelaanbod, met dus de ketens én de unieke winkels. Juist die mix met goeie horeca maakt het centrum heel sterk.”

 

 

 

Hechte gemeenschap cruciaal

De samenwerking tussen winkeliers wordt steeds belangrijker. ABN AMRO stelt in het eerder  genoemde rapport vast dat collectief denken als winkelgebied een topprioriteit moet hebben. Druijff: "Niet alleen het onderscheidend vermogen als winkelier is belangrijk, maar ook als winkelgebied.” Dit is geen nieuws voor de Barneveldse centrummanager. "Ik zie het centrum als een openluchtwarenhuis. Daar ben je onderdeel van. Je communiceert niet als de schoenenwinkel of de kledingzaak, maar als een warenhuis. Ik denk dat dat de succesformule is van Barneveld.”

 

Zelf komt Barneveld oorspronkelijk uit een individualistisch samenstel. "Tot mijn deur en verder kijk ik niet. Mensen zijn er langzaam maar zeker steeds meer achter gekomen dat je met elkaar moet samenwerken”, vertelt Druijff.  

 

Gorissen legt uit: "Ondernemers uit de omliggende gemeenten komen speciaal naar ons toe om hier hun winkel te vestigen. Ze zien dat wij als één naar buiten treden. Er is hier weinig leegstand, er is veel te doen en de sfeer is over het algemeen positief. Onder de ondernemers zelf, maar ook onder onze klanten. En ja, waar het goed gedijt, wil je je als ondernemer graag bij aansluiten.” Die aanzuigende werking ziet de voorzitter van de middenstandsvereniging naar eigen zeggen echt wel. “Ik ben er soms zelf nog steeds verbaasd over hoe snel nieuwe winkels zich weer vestigen in een leegstaand pand.”

 

 

 

Rooskleurige toekomst?

Zowel Druijff als Gorissen zien de toekomst voor Barneveld rooskleurig in. Allebei zijn zij van mening dat Barneveld de ingrediënten heeft voor een goed, mooi centrum met weinig winkelleegstand. "Een sterk centrum, daar wil je natuurlijk als ondernemer bij horen. Stiekem hoop ik dat we weer teruggaan naar de negentiger jaren, toen er bijna een wachtlijst was om een goeie plek te bemachtigen in het centrum. Dat zou mooi zijn”, aldus Druijff.

 "Om dit sterke centrum te behouden, kunnen alle partijen niet stil blijven zitten”, stelt Gorissen vast. "Die alertheid zullen we met z’n allen enorm overeind moeten houden. Dat hele proces hebben we volgens mij goed staan. We zullen nooit achterover moeten leunen en denken dat we het wel goed voor elkaar hebben en dat dat dan ook wel zou blijven.” Volgens Gorissen moeten dan ook alle partijen regelmatig contact blijven houden.  "We moeten elkaar scherp houden. We kennen elkaar goed en weten elkaar te vinden. Natuurlijk zullen wij het niet altijd eens zijn met de gemeente en andersom. Maar dat is prima. Juist het gesprek aangaan en bereid zijn om met elkaar de juiste middenweg te vinden om het centrum goed in de lucht te houden, daarmee gaan wij het redden.”