sluiten Cookies

Stel uw persoonlijke cookie-instellingen in. Hou er rekening mee dat bepaalde onderdelen van NieuwsVallei.nl niet of niet optimaal zullen functioneren als u cookies blokkeert.
Lees ons cookie statement voor meer informatie.

Cookies toestaan Cookies niet toestaan

“Vluchteling blijf je altijd”

De Somalische Zainab Osman woont al vanaf haar veertiende in Nederland, maar voelt zich nog steeds vluchteling. "Vluchteling zijn wordt een stukje van je identiteit. "

Op haar viertiende werd ze al geconfronteerd met de burgeroorlog. De stad werd gebombardeerd en Zainab en haar familie moesten vluchten. Vanaf dat moment was haar kindertijd voorbij. ”Ik wilde nog helemaal niet volwassen worden. Bovendien werden al mijn dromen en hoop in een klap door de oorlog van mij afgenomen.” Het hele gezin hielp mee om aan inkomen te komen. Zo moesten Zainab en haar boers en zussen al vanaf kinds af aan werken om zo te voorzien in eten, onderdak en medicijnen. “Ik word er verdrietig van dat sommige mensen nog steeds zo opgroeien. Of nog erger, niet anders kennen.” Doordat ze zo jong aan het werk moest heeft ze nooit haar school kunnen afmaken. “Ik heb constant het gevoel gehad alsof ik iets miste in mijn basiskennis. En hierdoor niet durven meedoen in een gesprek.” 

Zainab groeide op in een traditionele familie. Haar vader was de kostwinner en haar moeder zorgde voor de kinderen. Zainab omschrijft haar (inmiddels overleden) vader als een man van het volk. Hij was een arbeidersman en kon mensen verbinden. Ze lacht trots en krijgt lichte tranen in haar ogen als ze vertelt over haar moeder. “Mijn moeder is een sterke en lieve vrouw met een eigen wil. Wel vond ze altijd dat je je niet moest overdrijven of kinderachtig doen. Je bepaalt zelf wie je bent”. Er breken nu tranen door die Zainab ongegeneerd laat gaan.   

 Op haar negentiende werd ze uitgehuwelijkt aan een man die ze omschrijft als ‘lief’. Hij regelde de reis om het land uit te komen, maar bleef zelf achter. Zainab weet er niet veel van. Alleen dat het via een normaal reisbureau is gegaan. Zainab zou als eerste gaan pas later zou haar man haar volgen.  Met vier anderen vertrok ze per vliegtuig naar Nederland. Het plan was om vanuit hier door te reizen naar Denemarken.  

Maar dat liep anders. Tijdens haar verblijf in haar eerste AZC ontdekte ze dat ze zwanger was. De paniek sloeg toen toe. Niet veel later werd ze overgeplaatst naar het AZC in Wageningen. “Dat vond ik vreselijk. Ik voelde altijd een soort spanning en stress omdat ik elk moment ook zo weer teruggestuurd kon worden. Ik heb mij nog nooit zo alleen gevoeld als daar.”  

Negen maanden later kwam haar oudste zoon op deze wereld in het Wageningse ziekenhuis. Het voelde alsof de vrijheid geboren was. “Ik had een doel om voor te leven en door te gaan”. Ze moest en zou haar zoontje onderhouden. In dat ziekenhuis kreeg ze voor het eerst een bh.

“In Somalië dachten we dat het borstkanker zou geven.” 

Na 3 weken keerde Zainab met haar pasgeboren zoon terug naar het AZC. Ze stond er vanaf toen alleen voor en miste de steun van de medewerkers in het AZC. “Zo liep ik eens alleen over straat, onderweg om de geboorteakte op te halen, maar omdat ik de weg niet kende klampte ik me aan elke voorbijganger vast, voor hulp. Maar ze liepen stug door. Ik werd genegeerd." 

“Ik zou de mensen die op het punt staan hun land te verlaten, afraden naar Nederland te komen. Mijn land liet ik achter met hoop op een beter leven maar hier wordt die hoop constant de kop ingedrukt. Zo mocht ik zonder toestemming geen broodje halen bij de bakker. Ik zat daar op kleine kamer met drie andere vrouwen en ik verveelde me. Ik had graag gewild dat we aan het werk mochten. Ook al zijn het maar kleine klusjes die ons nuttig te voelen die ons voorbereiden op de Nederlandse maatschappij.” 

Na negen jaar doorgebracht te hebben in verschillende AZC’s kreeg ze eindelijk haar verblijfsvergunning. “Dit was een enorme opluchting. Ook omdat ik zo liet zien dat ik een verblijfsvergunning kon krijgen zonder te trouwen. Arno, mijn man die ik in Nederland heb leren kennen, was namelijk een medewerker van het AZC en mensen zeiden altijd dat ik wilde trouwen om een verblijfsvergunning te krijgen. Toen ik de vergunning kreeg zonder te trouwen viel er een enorme last van mijn schouders."  

 Toch voelt Zainab zich tot de dag van vandaag vluchteling. “Hoewel ik volledig geïntrigeerd ben blijft het altijd een stukje identiteit. Het wordt zelden expliciet benoemd, maar toch wordt er altijd nog op terug gegrepen. Vaak hoor ik mensen zeggen: “O ja, dat is in jullie cultuur wel anders”. “Vroeger had ik hier veel moeite mee, maar tegenwoordig heb ik het leren accepteren.  Ik weet wel dat het niet kwaad bedoeld is, maar het gebeurt te vaak dat mensen oordelen zonder te weten waar ze het over hebben”.