sluiten Cookies

Stel uw persoonlijke cookie-instellingen in. Hou er rekening mee dat bepaalde onderdelen van NieuwsVallei.nl niet of niet optimaal zullen functioneren als u cookies blokkeert.
Lees ons cookie statement voor meer informatie.

Cookies toestaan Cookies niet toestaan

Wakker worden met de kater van boer Bert

EDE - Het is een vroege, nog redelijk koude maandagochtend in het midden van de lente. Boer Bert loopt zuchtend op zijn gele klompen de deur uit. Hij heeft weer eens slecht geslapen. Het is mistig buiten. Als hij langs zijn broccoli-veld loopt, ziet hij de dauw van de broccoli afdruppelen. Zijn hart wordt warm door dit mooie gezicht. Hij houdt van zijn boerderij. Toch heeft hij ook zorgen. Soms vraagt hij zich wel eens af, bestaat mijn boerderij over vijf jaar nog wel?

Terwijl hij over die vraag nadenkt, loopt hij naar zijn kippenschuur. Wanneer hij de deur opentrekt, wordt hij vrolijk begroet door duizenden kakelende kippen. Tijdens het voeren denkt boer Bert aan wat hij vanmorgen op televisie heeft gezien. Het zoveelste geval van vogelgriep op een pluimveebedrijf. Alle dieren op de boerderij, ruim 30.000 legkippen, werden geruimd. Het scenario dat dit ook op zijn bedrijf kan gebeuren, heeft Bert al vaak in zijn hoofd afgespeeld. Het zou een ramp betekenen. Zowel emotioneel als financieel.

Iemand die daarover kan meepraten, is Wouter van Putten. Deze pluimveehouder heeft zijn bedrijf in het hart van de pluimvee industrie: Barneveld. In 2003 tijdens één van de grootste uitbraken in Nederland ooit, werd zijn bedrijf getroffen. Het leidde tot het ruimen van het bedrijf. En tot grote financiële zorgen. Want ook het ruimen zelf moet worden betaald door de getroffen pluimveehouder. “Compensatie door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) of staat is er niet,” zegt hij. Wat het dan nog erger maakt, is dat alle bedrijven binnen een straal van drie kilometer van het bedrijf ook allemaal moeten worden geruimd. Zo neem je als pluimveehouder andere boeren mee in je val. Het complete verhaal over boer Van Putten lees je hier.

Ophokplicht

Met de kippen van boer Bert is gelukkig nog niets aan de hand. Toch heeft Bert last van de epidemie, of eigenlijk vooral de kippen. Zij zitten meer met zijn allen op een kluitje. De dieren kunnen namelijk niet naar buiten. Vanwege de uitbraak, geldt er in het hele hand een ophokplicht. Dat gebeurt de laatste jaren steeds vaker. Ook in 2011, 2014 en 2015 was het raak en kon boer Bert niet de schuurdeuren openzetten. ‘Hoe kan het toch dat zo’n virus ieder jaar weer terugkomt en dan weer verschillende boerderijen treft?’ vraagt Bert zich af.

"Is het ook mogelijk om de ziekte volledig uit te roeien?"

De man die dat weet, is Armin Elbers. Hij is epidemioloog en verbonden aan de Universiteit van Wageningen. Er worden volgens hem steeds nieuwe virussen gevormd en dat maakt de ziekte moeilijk te bestrijden. Toch wordt er wel vooruitgang geboekt in de strijd tegen het virus. Onder andere door beter monitoring door onder andere de Verenigde Naties. Hierdoor kan een uitbraak van het virus nauwkeuriger in kaart worden gebracht. Maar is het ook mogelijk om de ziekte volledig uit te roeien? Het antwoord op deze vraag lees je hier.

Dat vraagt boer Bert zich hardop af. Hij is inmiddels klaar met voeren en loopt zo te peinzen in zijn goedgevulde kippenschuur. 

Moord en brand

Boer Bert kijkt naar de kippen in de stal, maar ook naar de elektrische apparaten en de kabels die door de kippenstal lopen. Een paar jaar geleden is een stal in zijn buurt in vlammen opgegaan en hij wil herhaling op zijn bedrijf voorkomen. Daarom komt over een paar weken een controleur op zijn bedrijf kijken, die langs de stroomvoorzieningen loopt en ze checkt op fouten.

"Veestallen kunnen nóg veiliger"

Stalbranden zijn meestal het gevolg van storingen in de elektra van een stal. Daarom is een gedegen controle essentieel om de kwaliteit van de stroomregelingen op peil te houden. Zo ook boer Ben Minnen uit Lunteren, die laatst nog een controle had. Afgezien van een paar kleine onregelmatigheden, is zijn stal door de test gekomen.

Maar de veestallen kunnen nóg veiliger, als het aan actiegroep Wakker Dier ligt. Nog steeds komen er duizenden kippen, runderen en varkens om het leven bij hevige branden. Wakker Dier ziet de laatste jaren een trend, want de aantallen omgekomen dieren lopen de laatste jaren weer op.

Dat kan je vinden in het Rapport Stalbranden 2016, dat je hier kan vinden.


De brandweer kan weinig doen als zo’n boerengebouw in de hens staat. “Binnen een kwartier is vaak het grootste deel van de stal al uitgebrand”, aldus Wim Verboom, teammanager bij de Brandweer Gelderland-Midden. “Zelfs bij een ploeg van 25 man.”Boer Minnen vindt het allemaal prima, hij is tevreden met zijn preventiemaatregelen. Ook al is zijn stal vijftien jaar oud. Alleen de meest kwetsbare punten worden gecontroleerd, waarvan de elektrische installaties onderdeel van zijn.  

>> Lees hier het complete verhaal over brandveiligheid in de stal <<

Na het doen van de nodige klusjes verlaat boer Bert de kippenstal. Hij heeft de brandveiligheid hoog in het vaandel staan. Hij vermijdt liever grote risico’s dan dat de kipjes overlijden door een felle brand. Maar goed, boer Bert heeft ook nog andere dingen aan zijn hoofd.

 



Thea de koe

Boer Bert loopt dan naar de koeienstal. Het geluid van zijn klompen weerklinkt hard op hetgrindpad dat naar de stal toe leidt. Hij ontgrendelt de schuurdeur en gebruikt al zijn kracht om de zware deuren open te schuiven. Door het kabaal van de kletterende deuren heen kan Bert zijn koeien al horen loeien. Als de deuren open zijn, voelt hij de vertrouwde warme walm over zich heenkomen. Hij snuift de geur van zijn koeien in; hier doet hij het voor.Hij loopt naar zijn koe Thea en geeft haar een aai over de snuit. Jij zal nooit moeder worden, denkt Bert realistisch. Dat kost nou eenmaal teveel geld. Of jij en jouw kalveren moeten fosfaatvrije mest kunnen leveren.

Als er veel koeien in een weiland staan, produceren die koeien samen namelijk een overproductie aan mest. Als er te veel mest in de bodem komt, sijpelen erschadelijke stoffen door naar het grondwater. Zo komen er onbenutte meststoffen in de bodem en in het water terecht. Dit kan het milieu belasten.

Om die belasting zo veel mogelijk te beperken is er een mestbeleid, waarin gebruiksnormen zijn vastgesteld voor deze stoffen. Deze fosfaatregelgeving is ingegaan omdat er een mestplafond is overschreden, maar helaas voor Bert heeft hij nooit teveel koeien op één stukje land gehouden en is hij nooit een derogatieboer geweest. Nu moet hij naar zijn gevoel toch de prijs betalen voor andermans fouten.

(Lees HIER hoe het fosfaatprobleem in elkaar zit!)  

Kalvergeluk

Maar op welke manier hij hiervoor gaat betalen, daar is Bert nog niet helemaal over uit. Hij kan natuurlijk minder rundvee gaan houden, door inderdaad sommige koeien zoals Thea niet het kalvergeluk te gunnen. Ook kan hij zich minder op de koeien richten, maar juist op de mest. Hij kan fosfaatrechten gaan kopen, hij kan zijn mest laten afvoeren, hij kan meer grond gaan kopen zodat de intesiteit van de mestbelasting verlaagd wordt en ook kan hij voor een groene manier kiezen: biogas.

In het gras wat de koeien eten zit cellulose, wat moeilijk verteerbaar is. Maar dankzij het ingewikkelde stelsel van magen en een bijzondere darmflora kunnen herkauwers het grootste deel van de energie en voedingsstoffen er toch uit halen. De vertering van het gras is echter niet helemaal volledig.

"Biogas is slechts een theorie"

De mest bevat nog aardig wat organische stof en daarmee een deel van de zonne-energie die in het gras was vastgelegd. Die rest-energie kan Bert er uit halendoor in een speciale installatie de mest gecontroleerd te laten vergisten. Per koe kan dat ongeveer 2 m³ methaangas per dag opleveren voor hem. De melkveestapel van heel Nederland zou per jaar dus ca 1 miljard m3 methaangas kunnen opbrengen. Maar deze oplossing door middel van biogas is slechts een theorie.

Bert kijkt Thea weer aan. Er zijn zoveel mogelijkheden om boer te kunnen blijven, denkt hij. Alleen er spelen zoveel belangen in mee. Het milieu, de Europese regelgeving en natuurlijk de koeien zelf. En dan nog niet eens te spreken over de financiële kanten van het verhaal. 

Bert maakt de hekken gereed en laat de koeien het weiland in lopen. Zelf loopt hij erachteraan en gaat op een bankje in het weiland zitten. Welke kant zal ik op gaan? Wat is het beste voor de koe? En wat tegelijkertijd voor zijn bedrijf?

(Bio)logische keuzes

Boer Bert moet net als vele andere boeren in Nederland veel keuzes maken. Keuzes tussen nieuwe ideeën en bij het oude blijven, kwaliteit en kwantiteit en de keuze tussen biologisch en gangbaar.

Kijkend naar de opbrengsten van een boerenbedrijf met het oog op melk, dan heb je de keus om voor kwaliteit te gaan of voor kwantiteit. Wanneer je winst wilt maken en echt goed wilt verdienen aan je melkproductie, zou je sneller kiezen voor kwantiteit: veel koeien en veel melk.

Lees hier over een uitleg artikel over wat biologisch is.

 

Bij kwaliteit ligt het anders, zoals bij boer Chris Bomers het geval is. Bomers heeft een koeientuin en daarbij kiest hij voor de kwaliteit van de melk en de bepaalde koeien die die melk leveren. Zijn insteek is biologisch. Bij biologisch kies je voor de kwaliteit van je producten, de voeding en verzorging. Bomers kijkt naar wat het beste voor de koe is en hoe hij op een eerlijke manier het mooiste resultaat bereikt. 

 

Innovatieve initiatieven

Bert loopt zelf ook al lang met deze vraag in zijn hoofd. Als hij voor biologisch zou gaan is dat goed voor het milieu, maar de vraag is of het ook goed voor de opbrengsten en winst. De omschakeling van gangbaar naar biologisch is daarnaast een grote onderneming. Hiervoor worden initiatieven georganiseerd om struggelende boeren zoals Bert een handje op weg te helpen met voorlichting en uitleg.

Een voorbeeld van zo’n initiatief is de introductiecursus biologische landbouw die binnenkort start voor boeren die overwegen om te schakelen naar bio. Die cursus wordt mede gegeven door bio boeren die hun gangbare collega’s informeren. Ingrid Veeman is mede organisator van deze introductiecursus en vertelt wat over de inhoud van deze cursus.

  

Hier lees je nog een artikel over biologische landbouw in Europa en een aantal toekomstvisies.

Landbouw 2020

Boer Bert is klaar met zijn ronde over het boerderij. Hij overziet al zijn zorgen die hij net tijdens zijn ronde langs de stallen en de velden is tegengekomen. Hij sluit zijn ogen en probeert zich voor te stellen hoe de toekomst eruit gaat zien. Dat er dingen gaan veranderen is zeker.

Toch zal het boerenbedrijf er niet compleet anders uitzien laat het rapport ‘Landbouw na 2020 van de Wageningen Universiteit’ zien. Maar het verandert zeker wel. Een eerste verwachting van de toekomst is een soort tegenstelling. De boerenbedrijven zullen groter worden maar er zullen minder boerderijen in Nederland en minder mensen werkzaam zijn in de boerensector. Dit heeft met een paar dingen te maken. Er zijn weinig mensen die zich aangetrokken voelen tot de agrarische sector. Hierdoor kunnen boeren moeilijk opvolgers vinden. Dit probleem wordt naar verwachting opgelost met innovatie. Door technologische vernieuwing zullen er in de toekomst namelijk ook minder mensen nodig zijn.  Verder zullen er dus boerderijen verdwijnen en anderen groter worden. Dit heeft te maken met schaalvergroting. De efficiëntie zal door technologie toenemen. Verwacht wordt dat de vraag naar de producten niet extreem zal groeien. Door productieverhogende technologie komen er lagere prijzen die de boer krijgt. Hierdoor krijgt de agrarische sector een nog kleinere rol in de Nederlandse economie.

In het rapport Landbouw 2020 is de toekomst van de landbouw onderzocht. Dit zijn enkele opvallende cijfers.

Het bedrijf vergroten, parttime gaan boeren of het bedrijf verbreden is dan ook het nieuwe dilemma waar de toekomstige boer uit moet gaan kiezen. En zo zal het landbouwlandschap er dus naar verwachting ook uitzien. Grote bedrijven die een groot deel van de productie op zich neemt en relatief weinig kleine boeren die weinig betekenen voor de sector. Deze kleinere boeren hebben dan vaak wel weer specifiekere producten. Deze kunnen bijvoorbeeld biologisch zijn of boeren die op andere specifieke manier boeren. En tot slot boeren die naast hun bedrijf andere dingen doen. Hierbij wordt gedacht aan bijvoorbeeld natuurbeheer.

En dat laatste zal ook wel nodig zijn. Op dit moment is de landbouw de grootste grondgebruiker op het moment. Verwacht wordt dat het grondgebruik af zal nemen. Onder andere ook door de technologische ontwikkelingen en meer multifunctioneel landgebruik. In het interview met CDA’er Driekus van de Ven vertelde hij dat het CDA zijn nevenactiviteiten ook wil stimuleren door middel van subsidies. Hetzelfde geldt voor innovatie. (lees hier het hele interview en lees daar ook hoe hij denkt over de vergroting van de boerenbedrijven: link)

"Als je blijft ‘aanmodderen’ kan je zomaar eens verdwijnen. "

Het boerenbedrijf zal altijd blijven bestaan. Het zorgt immers voor ons voedsel. Ook in Nederland zal die te zien blijven. Maar wanneer je als individuele boer wil blijven bestaan, dan moet je wel je best doen. Daarnaast moet je vooral een keus gaan maken. Als je blijft ‘aanmodderen’ en bezig blijft met wat je nu doet, kan je zomaar eens verdwijnen. Boer Bert moet zich dus alvast voorbereiden op de toekomst. Wil hij een groot bedrijf met minder persoonlijk contact met de dieren en het land en vooral harde business? Of gaat hij zich specialiseren in echt biologische landbouw? Dat vraagt natuurlijk aanpassing maar op die manier houdt hij het echte gevoel van ‘kleine boer’ misschien wel meer vast. Of zet hij het boeren op een iets lager pitje en gaat hij parttime werken? Allemaal keuzes die hij moet maken.

Toekomstkeuze

Toch sluit Bert al wat meer tevreden zijn ogen na dat hij nog eens goed over de toekomst nagedacht heeft. Wat hij echt gaat doen weet hij niet. Maar wanneer hij wegdroomt, ziet hij nog steeds mooie velden met gewassen. Een koe hoort hij op de achtergrond loeien. Er hangt een authentieke geur van mest, land en dieren. En als hij even door loopt en in de opslag komt, ziet hij dingen die er nu nog niet zien. Een drone, tractors met de slimste apparatuur die het hem een stuk makkelijker maken. Tevreden doet hij zijn ogen weer open. Kansen zijn er. Nu alleen nog een keuze maken.

 

Boer Bert is een fictief personage. Hier hebben wij voor gekozen om de verschillende verhalen van boeren die we hebben gesproken duidelijk in kaart te kunnen brengen. Alles wat we vertellen komt uit interviews.