sluiten Cookies

Stel uw persoonlijke cookie-instellingen in. Hou er rekening mee dat bepaalde onderdelen van NieuwsVallei.nl niet of niet optimaal zullen functioneren als u cookies blokkeert.
Lees ons cookie statement voor meer informatie.

Cookies toestaan Cookies niet toestaan

"Ik ben onschuldig. Dit is zonde van uw en mijn tijd."

Beschuldigingen die gepaard gingen met oud zeer zijn tenietgedaan in de rechtszaal. Agrariër Coby van den Brand werd door een buurtbewoner beschuldigd van het gebruik van drijfmest zonder de regels te volgen. De rechter heeft Van den Brand vrijgesproken vanwege twijfelachtige bewijsstukken.

Het is een regenachtige dag in Zaltbommel. Landbouwer Coby van den Brand bemest zijn perceel  met droge mest. Morgen zal hij het karwei afmaken met vloeibare mest. Mevrouw Pullens, woonachtig in de buurt van het landbouwbedrijf, kijkt toe en krijgt de indruk dat er niet volgens de regels bemest wordt. Ze spreekt de landbouwer aan en noemt hem een ‘schande voor het boerenbestand’. Ze belt de politie en maakt een melding. De politie komt nog diezelfde avond een kijkje nemen op de akker.

“Ik ben onschuldig. Dit is zonde van uw en mijn tijd”

Negen maanden later zit dhr. Van den Brand in het verdachtenbankje, pleitend voor zijn onschuld. “Ik ben onschuldig. Dit is zonde van uw en mijn tijd”, stelt de landbouwer tegen de rechter en de officier van justitie. Hij gebruikt de tafel voor hem om uit te beelden op welke wijze hij zijn akker bemest heeft. “Op die maandagochtend gebruikte ik vaste mest. Die avond heb ik nog een deel van de akker met drijfmest bewerkt. De volgende dag heb ik dit afgemaakt.” Over de beweringen van zijn buurvrouw is hij duidelijk. “Die kloppen niet.” 

 De zaal, gevuld met scholieren en belangstellenden, ziet het schouwspel aan. De officier van justitie en de raadsman van Dhr. Van den Brand bestoken elkaar met argumenten waarom de boer wel of niet schuldig is. De officier van justitie hecht veel waarde aan de verklaringen van de agenten en van Mw. Pullens. Zij verklaart dat de agrariër het land bemestte met drijfmest en daarna pas sleuven trok. Ze maakte enkele foto’s om haar punt te bewijzen. Ook beweert de buurtbewoner dat Dhr. Van den Brand de tractor niet zelf bereed. Daar zijn echter geen harde bewijzen van.

De advocaat van de aangeklaagde is Mr. Stassen. Hij pleit voor de vrijspraak van zijn cliënt. Hij benoemt een aantal zaken waaruit blijkt dat de landbouwer begaan is met het milieu. De raadsman doet een boekje open over de kredietwaardigheid van de klacht van Mw. Pullens. “Dit is niet de eerste keer dat mevrouw haar buren belaagt met kritiek en aanklachten op hun werkzaamheden.” Volgens de pleitbezorger mist deze context in het proces verbaal.

“Dit is niet de eerste keer dat mevrouw haar buren belaagt met kritiek en aanklachten op hun werkzaamheden.”

Ook op de foto’s heeft advocaat Stassen wat af te dingen. De foto’s die worden gebruikt zijn gemaakt door Mw. Pullens. Stassens leest voor uit de verklaring van Mw. Pullens: “De agenten konden door de geur van de mest zonder enige moeite het bemeste perceel vinden.” Later bleek uit de verklaring van de agenten dat zij niets roken. Van den Brand bezit de apparatuur om het perceel op de juiste manier te bemesten. “Niets houdt mijn cliënt tegen om deze apparatuur te gebruiken.” vertelt Stassen.

Nadat de rechter de verhalen en de foto's heeft gezien en gehoord, geeft hij het laatste woord aan de verdachte. Dhr. Van den Brand benadrukt nog eens dat hij zich aan geen enkel strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Vervolgens gaat de rechter over tot de uitspraak. Wegens te weinig hard bewijs om tot een veroordeling te komen geeft de rechter de verdachte het voordeel van de twijfel en spreekt ze de agrariër vrij. De officier van justitie kan nog wel tegen de uitspraak in beroep gaan. Mocht ze daartoe overgaan moet dat binnen veertien dagen kenbaar gemaakt worden gemaakt. Eenmaal buiten de rechtszaal geeft Coby van den Brand zijn raadsman een hand en bedankt hem hartelijk. De opluchting is van zijn gezicht af te lezen.