sluiten Cookies

Stel uw persoonlijke cookie-instellingen in. Hou er rekening mee dat bepaalde onderdelen van NieuwsVallei.nl niet of niet optimaal zullen functioneren als u cookies blokkeert.
Lees ons cookie statement voor meer informatie.

Cookies toestaan Cookies niet toestaan

De burn-out van het onderwijs

STRIP 1
Strip pag. 2

Merel Verhaeghe (29) is sinds twee jaar communicatie docente aan de CHE. Ze gaat ‘honderdvijftig procent’ voor alles wat ze doet. Of dat nou haar baan op de CHE is of bij het communicatiebureau waar ze voor werkt. Ze blaast een paar keer in haar thee. “Ik begon met een frisse start aan deze baan. Ik lever graag kwaliteit omdat ik mijn studenten een stap verder wil helpen. Dat geeft me energie.” Ze laat een suikerklontje in de dampende kop vallen en bestudeert het oplosproces. “Alleen verloor ik de laatste tijd alle zin in mijn werk. Eigenlijk hikte ik er al maanden tegenaan; de weerzin voor mijn werk nam elke dag toe. Totdat ik een akkefietje met een collega kreeg, toen sprongen alle lijntjes die mijn hoofd nog bij elkaar hielden. Het was op. Daar begon mijn burn-out.”

 

Onderwijs-stress

Vanuit het onderwijs komt vaker de klacht van docenten dat ze zich overbelast voelen. De Volkskrant publiceerde op 3 januari 2016 het stuk over wiskunde docent Denise Hupkens (48), die haar school aanklaagt omdat ze de enorme taakbelasting een ‘vorm van uitbuiting’ vindt. Onderzoek van TNO en het CBS wijst uit dat in het onderwijs de meeste burn-outklachten voorkomen. Ruim twintig procent van de docenten krijgt ermee te maken, tegenover een gemiddelde van veertien procent in andere branches.

"Had ik het toverwoord 'nee' maar eerder geleerd"

Drs. Jessica van Wingerden, verbonden aan de Erasmus Universiteit, heeft veel onderzoek gedaan naar werkprocessen. “In het onderwijs is de kans op een burn-out zo groot omdat docenten hun baan zien als een soort roeping, niet om er bijvoorbeeld een dikke leasebak van te willen rijden. Ze zijn veel dichter betrokken bij wat ze doen. Het lesgeven en het begeleiden van studenten geeft hen energie. Maar wat ze vergeten en vaak als belastend ervaren zijn de vergaderingen, administratieve rompslomp en rapporteringen. Als dit uit balans raakt, raakt de docent ook uit balans.” Naast de balans is ook afstand van het werk nemen belangrijk. “Leraren zijn geneigd hun werk mee naar huis te nemen. Dit is slecht voor je geestelijk herstel. Als er geen moment op de dag is waar je niet met werk bezig bent, verhoog je de kans op een burn-out aanzienlijk. Laat het werk op je werk en ontspan.”

Om meer inzicht in haar balans te krijgen, ging Merel haar dagelijkse structuren onder de loep nemen. Merel lacht iets te hard. “Het is geen wonder dat ik doordraafde. Had ik het toverwoord ‘nee’ maar eerder geleerd.”

Dagoverzicht

 

Dagelijkse routine

Inmiddels werkt Merel weer voor vijftig procent, na vier maanden volledig thuis te hebben gezeten. “Je gaat nadenken over waar het fout ging. Ik ben sinds mijn burn-out op een soort geestelijke reis”. Ze sluit haar ogen en imiteert een meditatiehouding.

"Ik was veel te toegewijd"

“Ik was veel te toegewijd. Als iets mislukte, zag ik mezelf als mislukkeling. Nu kan ik veel meer afstand nemen. Dat is een beter systeem dan alle contact verbreken met de mensen waarvan je hun verwachtingen niet waar kan maken. Mijn mailbox was dichtbevolkt in die tijd.” Ze trekt een paar keer aan een van haar uitstekende krullen. “Ik had steeds het gevoel dat ik constant bekeken werd. Het duurde lang voordat dat rare gevoel weg was.”

 

Medeplichtig

Hoe schuldig is het onderwijssysteem aan funeste structuren als die van de vroegere Merel? Van Wingerden zegt daarover: "it takes two to tango.” “Je eigen invloed op je werk is groot, maar een hogeschoolbestuur moet daaraan meewerken. Zij moeten voorbeeld gedrag tonen. Als zij willen dat hun werknemers het rustiger aan doen, moeten zij vervolgens in het weekend geen mails sturen. Dat creëert onbewust een verwachtingspatroon.”

"Een hogeschoolbestuur moet voorbeeld gedrag tonen"

“Ik heb mijn werk beter leren managen. Soms moet je gewoon zeggen van ‘het heeft geen nut deze les te geven, dus ik laat ‘m zitten’. Af en toe krijg je niet genoeg uren om een hoorcollege goed voor te bereiden, neem dan genoegen met minder.  Ik vind dat nog wel moeilijk. Maar anders is het eind zoek. Vooral omdat het contact met je klanten, de studenten, heel persoonlijk is. Een hogeschool is in principe een bedrijf, waar ik een soort freelancer van ben.”

 

Chronisch

Hoewel een burn-out een positieve uitwerking kan hebben op de manier van denken, is stress schadelijker dan verwacht. Psychologie docent Bart Oosterholt (32) aan de Radboud Universiteit licht het toe. “Voor mijn promotieschrift ben ik onderzoek gaan doen naar de gevolgen van een burn-out.” Die blijken verder te gaan dan een paar maanden rust. "Zelfs tot anderhalf jaar na de zogenaamde genezing ondervinden mensen nog problemen met hun hersenen. Zoals moeite met concentreren, het regelmatig vergeten en niet goed structureren van informatie. De zogenaamde ‘cognitieve problemen’". Hierdoor valt er te speculeren over een chronisch karakter van de burn-out.

Merel herkent de uitkomst van het onderzoek bij haarzelf. “Mijn hoofd is veel minder geordend dan voorheen. Ik gebruikte niet eens een agenda! Moet je voorstellen, ik had alle data en deadlines in mijn hoofd opgeslagen. Ik leek wel een megacomputer. Nu zet ik alles met meldingen in mijn telefoon, zodat ik steeds een reminder krijg.”
Hoofd

Evangelie

Om haar heen ziet Merel die twintig procent van het TNO onderzoek wel vertegenwoordigt. “Het uit zich niet altijd in een burn-out. Maar er zijn regelmatig mensen die om de drie jaar bijvoorbeeld uitvallen. Of mensen die uit het onderwijs stappen om weg te komen van de gekte.” Als ze het over stress heeft, windt ze zich haast op. “Het is belachelijk dat het nog zo moet. Het kan zo simpel zijn als je werk af en toe onderbreken door je lichaam even ergens anders te laten zijn. Of gewoon een keer een taak afslaan”, zegt Merel stellig. Sinds haar burn-out is ze de verschijnselen ook bij collega’s gaan herkennen.

"Het is belachelijk dat het nog zo moet."

“Het is op de een of andere manier niet makkelijk elkaar erop aan te spreken. Sommige mensen ken je niet goed genoeg om op de man af te vragen naar hun gesteldheid.” Merel zoekt de verklaring daarvoor in de werkcultuur. “Die creëren we met elkaar. Daarom predik vanaf nu het evangelie van het ‘ontstressen’. Een samenstelling die ik in het leven geroepen heb. Als docenten moeten wij een andere werkcultuur maken. Want als wij geen rust nemen, slaat dat over op de studenten. Dan is de stresscirkel weer rond.” 


Merel Verhaeghe is een fictief personage, gebaseerd op echte verhalen van docenten van de CHE. De namen zijn bij de redactie bekend. 

De omslag foto is een werk van Willemijn Visser, docent beeldendevorming studente aan de ArtEZ.