sluiten Cookies

Stel uw persoonlijke cookie-instellingen in. Hou er rekening mee dat bepaalde onderdelen van NieuwsVallei.nl niet of niet optimaal zullen functioneren als u cookies blokkeert.
Lees ons cookie statement voor meer informatie.

Cookies toestaan Cookies niet toestaan

"Je kan het die Poolse jongens niet kwalijk nemen."

Er heerst een duidelijke mening, althans zo lijkt het. Vaak wordt geroepen dat de Poolse chauffeur ervoor zorgt dat de Nederlandse chauffeurs geen kans krijgen. Maar wat vinden de Nederlandse chauffeurs daar zelf eigenlijkvan?

Daar sta je dan. In de rij om de parkeerplaats op te mogen. Tussen de torenhoge vrachtwagens. “Ga daar maar staan, maar zorg wel dat je hem goed wegzet, er moeten nog meer wagens bij!” Zegt de man in fluorescerend geel.

Gedaan wat werd gevraagd stap je het toch wel pittoreske chauffeurscafé binnen. De muffe warmte omhelst je wanneer je de hal binnenstapt. Zoekend naar een tafeltje waan je je in een andere wereld; stoere mannen, echte kerels die hun boerenkool met rookworst met speels gemak naar binnen werken. Drie mannen zitten gebroederlijk na te tafelen met een pilsje, een wijntje en een e-sigaret.

“Het is slavernij!” Henk Koning windt er geen doekjes om. “Wij hebben al 20 jaar geen normale loonsverhoging gehad, wel zoiets als looncompensatie, maar dat betekent in feite dat we nog steeds hetzelfde verdienen als toen.” Volgens Henk komt het door de insteek van de Europese Unie, de vrije marktwerking heeft dit in de hand gewerkt. “En het wordt steeds gekker, want het mag allemaal niets kosten. Daarom zeg ik het is slavernij.”

jhjhHenk 'de Indiaan' Koning

De Polen vinden dat geen probleem, die werken wel. Toch neemt Henk het ze niet kwalijk, dat ze Nederlanders wegconcurreren, in tegendeel. “Ik heb mededogen voor die mannen. Die gasten zijn voor hun gezin aan het werk, koste wat het kost. Daar heb ik diep respect voor.” Wie dan wel de boosdoener is, dat is volgens Henk zo klaar als een klontje. “Het zijn de werkgevers. Zij gaan meedogenloos te werk, ze willen winst draaien. De chauffeur is voor hen niet interessant. Zolang ze maar verdienen.”

"Het zijn allemaal cowboys op de weg, daarom moet er zo nu en dan ook een indiaan tussen zitten" - Henk 'de Indiaan' Koning

De ras Rotterdammer Martin Commijs vult aan, na een goede slok van z’n pilsje: “Kijk, tegenwoordig heb je van die Poolse jongens geen last meer. Het enige wat ze nog zouden moeten leren, is rijden. Ze hebben overal schijt aan, als wij tegen een uur of zes willen gaan parkeren, gaat dat niet. De parkings staan dan helemaal vol. Wij moeten doorrijden, maar de Polen zetten hun wagen gewoon op de vluchtstrook en gaan slapen. Dan heb ik het niet over één of twee wagens, maar over een rij van zeker driehonderd meter.”

Martin Commijs

Bart van den Berg, ook een echte Rotterdammer, weet precies wat Martin bedoelt. “Ons kost zo’n geintje langs de vluchtstrook al gauw 165 euro, maar die gasten hebben letterlijk niks bij zich. Ze kunnen simpelweg niet betalen. Dus dan gaat het de staat geld kosten. Je moet ze wegslepen, naar een parking met sanitaire voorzieningen brengen en je moet ze ook nog eens te eten geven. Dat kost klauwen met geld, dus laat de politie ze liever staan.”

Toch beamen alle drie de mannen nog een keer dat het de Polen helemaal niet te verwijten is. “Dit soort barre situaties komen volledig op het conto van de ondernemers”, zegt Bart. Henk kan de geldzucht van de ondernemers in één zin samenvatten: “Voor een dubbeltje op de eerste rang.” Martin heeft een Roemeen gesproken die zo ongeveer veertienhonderd euro in de maand verdient. “Moet je je wel bedenken dat zo’n gozer de hele maand in de weer is hè! Die gaat tussendoor niet naar huis.”

Dat veel buitenlandse chauffeurs niet naar huis gaan, ziet Bart vaak genoeg op de parkings in het Botlekgebied, bij Rotterdam in de buurt. “Ik zie die gasten een heel weekend kamperen met weinig of geen sanitaire voorzieningen. Staan ze ook nog op een gasstelletje hun eigen potje te koken.” 

"Het is slavernij." 

Martin maakt de rekensom. “De reden dat gasten bij de auto zitten, is dat ze geen cent te makken hebben. Neem die Roemeen, hij verdient dan veertienhonderd euro in de maand, draagt een aanzienlijk deel af aan zijn gezin. Waar moet hij zelf dan van leven? Zeg jij het maar.” Het authentieke chauffeurscafé waar we zitten, is dus duidelijk niet voor iedereen betaalbaar. “Zelfs voor mij is twintig euro avondeten duur”, zegt Martin, “laat staan voor die gasten. Dan heb je het alleen over het avondeten, dan moet je overdag geen fratsen uithalen.”

Bart vertelt hoeveel je ongeveer per dag kwijt bent. “Je moet per dag ongeveer dertig euro rekenen, doe jij dat maar eens keer dertig dagen. Zit je op negenhonderd euro. Nou dan moet die familie gras gaan zitten vreten, dat gaat toch niet man.”

Bart van den Berg

De mannen zijn het er over eens: een chauffeur mag niet onder zulke omstandigheden werken, maar hoe moet het dan wel? Martin weet dat ze al bezig zijn om deze louche praktijken aan te pakken van bovenaf. “Ze zijn langzaam maar zeker die lonen gelijk aan het trekken op één of andere manier. Ze controleren in ieder geval strenger op het minimumloon. Als ik in Frankrijk wordt aangehouden, willen ze mijn loonstrook zien. Daar moet het minimumloon staan, anders heeft mijn baas gedonder. De eerste stappen zijn dus al gemaakt.”

Martin kan ook al voorspellen voor wie de ondernemers zouden gaan, mochten de lonen precies gelijk liggen. “De Nederlandse beroepschauffeur natuurlijk. Wij zijn de best opgeleide chauffeurs van Europa. Dat is geen bluf, dat is gewoon zo.” Volgens de Bart krijgen de Nederlandse chauffeurs ook de meeste scholing.

Martin weet ook goed te beredeneren waarom werkgevers voor de Nederlander zullen gaan. “Als een werkgever moet kiezen tussen een Pool die stopt op de snelweg en achteruit de oprit weer afgaat, omdat hij verkeerd is gereden, of een Hollander die zegt ‘ik pak de volgende afslag wel.’ Dan neemt hij natuurlijk die Hollander.”

Toch zullen de Nederlandse beroepschauffeurs steeds minder concurrentie gaan krijgen van de Polen, volgens de mannen. “De economie in Polen trekt flink aan”, vertelt Bart, “dus je ziet nu al dat die Poolse jongens sneller terug gaan. Het loonverschil wordt steeds kleiner. Dan snap ik dat je liever in je eigen land aan het werk gaat.”

De boodschap van de drie beroepschauffeurs is duidelijk: “Je kan het de Polen niet kwalijk nemen.” Met die boodschap op zak sta je op en baan je je een weg door het inmiddels half verlaten chauffeurscafé. Een vriendelijk knikje naar de serveerster, zo de koude lucht weer in. Zoekend naar de auto, tussen de grote bakbeesten. Daar zul je hem hebben, nu alleen nog de parkeerplaats afkomen.

Discussieer mee Hoe dacht jij over de Poolse chauffeur?