sluiten Cookies

Stel uw persoonlijke cookie-instellingen in. Hou er rekening mee dat bepaalde onderdelen van NieuwsVallei.nl niet of niet optimaal zullen functioneren als u cookies blokkeert.
Lees ons cookie statement voor meer informatie.

Cookies toestaan Cookies niet toestaan

Een Oost-Europese stempel op Nederland

Een Oost-Europese stempel op Nederland

Een Oost-Europese stempel op Nederland

“De Roemenen zijn het ergst”, zegt Bert Bontjer. Een vrachtwagenchauffeur in hart en nieren. “Als je even niet uitkijkt, ben je je dieselolie kwijt. Net als je baan.” Hij zit aan tafel in het truckersrestaurant Goudreinet in Barneveld. Voor hem zijn bord, inmiddels leeg. Net als zijn Heineken-flesje. De serveerster doet haar ronde. “Heb je er nog eentje voor me?”

Zomaar een uitspraak over de Oost-Europeanen in Nederland: ze stelen. En dat is niet het enige wat je in het voorbijgaan hoort. Ze pikken ons werk in. Ze drinken. Ze veroorzaken overlast. Ze plegen fraude. Ze zijn gewelddadig. Ze weigeren om de Nederlandse cultuur eigen te maken. En: er is een stortvloed aan dit soort mensen in Nederland.

Dat zijn nogal uitspraken. We horen ze vaker in onze omgeving en denken al snel dat dit de enige harde waarheid is. Maar is dat wel zo? Waar komt het bevooroordeelde beeld vandaan? De oorzaak ligt zeer waarschijnlijk niet bij de gesprekken om en nabij de koffieautomaat. Maar waar dan wel?

“Pool opgepakt bij inbraakpoging in Nijmegen Dukenburg.” Zomaar een kop uit De Gelderlander die de reputatie van de Pool niet echt goed doet. De media hebben gigantisch veel invloed op onze beeldvorming van bepaalde groepen, aldus Daniël Hillebrandt van Euro Business Holland. Heeft dit beeld te maken met ónze keuzes? Ofwel, die van de journalisten?  

Voor ons genoeg reden om af te vragen hoe het nou werkelijk zit. We zijn razend benieuwd: want hoeveel van die Oost-Europeanen zijn er eigenlijk? Komen ze echt onze banen inpikken? Zitten ze ’s avonds lachend aan een biertje? Om het domme Nederland dat ze toch maar even mooi kapotmaken?

We volgen de berichtgeving in de media en gaan vervolgens op zoek naar de nuance. Hoe zit het nou werkelijk?

 

Oost-Europese immigranten in de Gelderse Vallei

De één vindt de komst van Oost-Europese arbeidsmigranten allemaal een ver-van-mijn-bed-show. Dat bed staat in een nette, Hollandse buurt. De ander zit werkloos op de bank omdat er nu een Roemeen in ‘zijn’ vrachtwagen over de snelweg raast. En o, wat ergert hij zich als die Oost-Europeanen in hun joggingbroek de winkel binnen sloffen.

Vanaf 1 mei 2004 zijn Polen, Tsjechië, Hongarije, Slowakije, Slovenië, Estland Letland, Litouwen, Cyprus en Malta lid van de Europese unie. En daarmee is er vrij verkeer van werknemers.

Begin 2014 worden de Europese grenzen ook voor Roemenen en Bulgaren geopend, ze mogen dan zonder werkvergunning in Nederland aan de slag. Er wordt gesproken over een ‘stortvloed aan Roemenen en Bulgaren’. Uit onderzoek van Maurice de Hond blijkt dat 81% van de Nederlanders dat niet ziet zitten.

 

 

Maar waar zijn die dan? Halverwege het jaar verschijnt een bericht dat de ‘Roemeense gelukzoekers alweer vertrokken zijn’. Ze hadden onder meer moeite met de hoge kosten van het levensonderhoud. We besluiten om het uit te zoeken.

We bellen met het Centraal Bureau van de Statistieken (CBS) om te vragen hoe het zit. Ze sturen ons een rapport met de onheilspellende titel ‘Immigratie loopt op’. In het rapport wordt de migratie van Polen, Bulgaren en Roemenen in de eerste helft van 2014 beschreven.

De cijfers: het aantal Roemenen dat naar Nederland is gekomen ten opzichte van de eerste helft van 2013 is verdubbeld. In de eerste helft van 2014 kwamen er ongeveer 2.300 Roemenen naar Nederland. Ook de immigratie van Polen naar Nederland is in die periode met een derde gestegen. Het aantal Bulgaren dat naar Nederland kwam is gelijk gebleven.

Een verdubbeling van het aantal Roemeense immigranten klinkt veel, maar 2.300 op een totaal aantal immigranten van zo’n 75.000 valt nog wel mee. De ‘tsunami’ aan Roemenen en Bulgaren valt landelijk gezien dus wel mee, maar hoe zit het verder met Oost-Europese immigranten in de Gelderse Vallei?

“De tsunami aan Roemenen en Bulgaren valt landelijk gezien dus wel mee”

Het kaartje hieronder laat zien hoe de verhouding van de verschillende nationaliteiten ten opzichte van de totale bevolking per regio ligt, vergeleken met het landelijk gemiddelde. In de Vallei zijn de kleuren relatief licht, in verhouding met de rest van het land wonen hier dus weinig Polen, Bulgaren of Roemenen. Bijvoorbeeld in gemeente Ede, daar is ongeveer 0,30 procent van de bevolking Pools. Dat is ruim onder het landelijk gemiddelde van 0,57 procent.

 

[hier had een foto gestaan, maar CMS. Klik hier om naar een artikel te gaan waar die wel in staat]

 

We zijn op zoek naar Oost-Europese arbeiders in de Vallei, maar eigenlijk wonen er dus helemaal niet zoveel in de regio. Via via krijgen we te horen dat er in Lunteren een grote camping is waar heel veel Polen wonen. In Veenendaal is er een hotel speciaal voor Oost-Europese arbeiders en ook in Ede vinden we er een. Een trucker verwijst ons naar parkeerplaatsen in de buurt waar veel Oost-Europese chauffeurs overnachten. De invasie die Nederland volledig zou veranderen is uitgebleven, maar ook in de Vallei wonen ze zeker. Dat horen we allemaal voor het eerst. We raken benieuwd en gaan er op af! Een duik in de wereld van de Oost-Europeanen.

 

Oost-Europeanen aan het werk in de Vallei

We pakken het voorzichtig aan: eerst maar eens een parkeerplek op. We betreden eentje in de buurt van truckersrestaurant Goudreinet in Barneveld. Zodra redacteuren Romy en Nicolette voorzichtig op de cabine van een vrachtwagen met een Pools kentekenbord kloppen, schuift het raampje open. “Sex?” vraagt de ongeschoren man slaperig.

Nadat de twee bekomen zijn van de lach en meerdere gesprekken in half Engels en half Duits proberen te voeren, wordt de moed voor deze avond opgegeven. Romy is persoonlijk nogal van slag en schrijft een column voor Nieuwsvallei.

“Sex?” vraagt de ongeschoren man slaperig

Een paar dagen later proberen we het opnieuw, maar dan met de hele redactie. Met meer succes, zo spreken we een Litouwer die vrijwel altijd voor zijn werk onderweg is. Tuurlijk mist hij zijn vrouw en kinderen, maar “it’s just the way it is”.

 

De andere kant

Veel andere buitenlandse chauffeurs krijgen we niet meer te spreken, de meeste kunnen ons niet verstaan. Als we dan toch dezelfde taal kunnen spreken, hebben veel truckers geen zin. We besluiten de andere kant op te zoeken en spreken een paar rasechte Hollandse chauffeurs aan. In het truckersrestaurant De Goudreinet in Barneveld treffen we Bert Bontjer en Arnold van Vuuren, twee vrachtwagenchauffeurs die graag hun verhaal willen vertellen.

Ze zijn fel in hun standpunten. De markt gaat eraan “kapot”, het aanzien van het vak verslechtert en er ontstaan onveilige situaties. “Parkeerplaatsen zijn niet veilig”, zegt Bert Bontjer. “Er is al twee keer dieselolie bij me gejat.” Daarbij zijn volgens hem de Roemenen het ergst. “Die jatten alles wat los en vast zit.”

“De Roemenen jatten alles wat los en vast zit”

Dat gebeurt op de parkeerplaats. Als er al een plekje gescoord kan worden: “Ze staan er al heel vroeg.” De mannen ergeren zich aan alle wit-blauwe kentekenborden die ze tegenkomen. Ook het aanzien van het beroep maakt niet echt bepaald glorieuze tijden door. Van Vuuren: “Overal waar we komen, wordt de regelgeving aangescherpt. Op sommige adressen mogen we niet eens meer gebruik maken van het toilet.” Wat deze vrachtwagenchauffeurs betreft, maken de Oost-Europeanen vandaag nog rechtsomkeert naar hun thuisland. Om niet meer terug te komen.

De standpunten van Bontjer en Van Vuuren horen we bij meer vrachtwagenchauffeurs terug. Op een parkeerplaats bij Opheusden spreken we twee chauffeurs die het met Bontjer en Van Vuuren eens zijn, maar ze leggen de schuld niet bij de Oost-Europeanen. Die hoeven van de chauffeurs niet ‘terug’, maar moeten als volwaardige, Nederlandse werknemers behandeld worden.  De lonen moeten bijvoorbeeld gelijkgetrokken worden. Volgens de mannen zal dan het aanzien van het beroep stijgen: “Er wordt minder gestolen worden en de economie zal er niet aan onderdoor gaan. Dan hoor je ons niet meer.”

Op de parkeerplaats van truckersrestaurant de Goudreinet staan Oost-Europeanen inderdaad vaak vroeg geparkeerd, zegt Niels van ’t Land, assistent-manager van het restaurant. “Daarom hebben we besloten om parkeergeld te vragen”, zegt Niels van ’t Land, assistent-manager van de Goudreinet. “Dat is twintig euro per nacht. Nou, voor dat bedrag heb je ook een bord eten.”

 

Zonder werk

De situatie komt soms dichterbij dan we denken. In de trein naar huis komt redacteur Romy een zwerver tegen. Hij is zijn baan kwijt en op zijn oude plek werkt nu een Pool. “De grenzen zijn open en de Polen stromen binnen. Dat is op zich geen probleem wanneer de hogere mannen iedereen gelijk behandelen.”

Volgens de man is dat nu helaas niet het geval, maar draait alles om geld. “Hoe goedkoper, hoe beter, hoe meer winst. Dat ik geen werk kan vinden is niet direct de schuld van de Polen, maar wat er allemaal wordt toegelaten. Zij werken voor bijna niks en accepteren dat omdat zij ook in nood zitten en niet anders kunnen.” Dat de Polen dus naar Nederland komen neemt hij ze niet kwalijk, “Iedereen in geldnood zal toch de kans pakken om maar een beetje geld te verdienen? Ook jij en ik.”

Wat je noemt een eye-opener. Dit zijn de verhalen die je niet hoort. Oost-Europeanen worden neergezet als een plaag die onze banen komen inpikken, maar niemand laat voor de lol z’n vrouw en kinderen achter om voor een minimumloon in een ander land te werken. Hoog tijd om de Oost-Europeanen die in Nederland wonen en werken op te zoeken.

 

Oost-Europeanen in de media

In een interview met NieuwsVallei gaf Daniël Hillebrandt, intercedent bij uitzendbureau Euro Business Holland, aan dat volgens hem de media een rol spelen in de vooroordelen en beeldvorming van Oost-Europeanen. Zit daar een kern van waarheid in?

Oost-Europeanen komen vaak negatief in de media. Het lijkt alsof ze hier alleen naar toe komen om ons geld naar hun thuisland te sluizen en dronken over straat te zwalken. Het zou zomaar kunnen dat dit beeld alleen bestaat door de keuzes van journalisten. Uit een onderzoek van communicatiewetenschapper Floris Müller en historicus Renée Frissen blijkt namelijk dat journalisten vooral bij negatief nieuws etniciteit belangrijk vinden. 

Müller en Frissen: “Enerzijds is er onder journalisten een breed gedragen afwijzing van de idee dat etnische minderheden speciale behandelingen zouden moeten krijgen in de media. Anderzijds blijkt dat men er bij slecht nieuws desalniettemin bewust voor kiest om diversiteit wel te benoemen en te bespreken.”

Dat klinkt vrij paradoxaal en in het onderzoek wordt ook aangegeven dat journalisten  het lastig vinden om met deze tegenstrijdige idealen om te gaan. Aan de ene kant willen journalisten geen voorrang geven aan bepaalde groepen, maar aan de andere kant willen ze gebeurtenissen wel in de juiste context plaatsen. Het zou kunnen dat er een structureel probleem is met een bepaalde etniciteit, dus vinden journalisten het belangrijk om dan de etniciteit te vermelden.

Dat er door journalisten een keuze wordt gemaakt wanneer wel en wanneer de etniciteit van personen niet belangrijk is, wordt pas een probleem als er daardoor een verkeerd beeld van die etniciteit ontstaat. Volgens het onderzoek is dat wel het geval, etniciteit wordt namelijk vooral vermeld bij negatief nieuws.

Neem bijvoorbeeld dit artikel van de Gelderlander, het bericht begint met de volgende zinnen: “Een 44-jarige man is dinsdagavond in Breda aangehouden na een auto-inbraak. De Pool liep volgens de politie tegen de lamp toen hij een sigaret zat te roken in de wagen.”

Misschien dat het bericht er anders had uitgezien als de inbreker een blanke, autochtone Nederlander was. Dan had er in plaats van ‘De Pool’ gewoon ‘de man’ gestaan.

 

Huisvesting in de Vallei

Eén ding is in ieder geval duidelijk: Oost-Europeanen zijn voor werkgevers goedkoop dus moet ook alles, bijvoorbeeld hun huisvesting, noodgedwongen cheap. De twee hotels in Veenendaal en Ede willen ons liever niet ontvangen. Daarom reizen we naar Camping de Goudsberg in Lunteren, want daar “moesten we echt kijkje gaan nemen.” De camping bestaat uit een hoop chalets en is met de bus onbereikbaar. Voor de deur staan veel auto’s die zijn bestickerd met het logo van uitzendbureau OTTO Workforce. Volgens hun website zijn ze het grootste uitzendbureau wat betreft arbeidsbemiddeling in Europa.

De eigenaren van de Goudsberg ontvangen ons ietwat huiverig, maar na onze plannen te hebben uitgelegd, stemmen ze in. We mogen met de camera het complex op. Twee redacteuren gaan naar de ‘Poolse camping’ en twee verslaggevers nemen een kijkje op het ‘Nederlandse vakantiepark’.

Terwijl de avond al gevallen is, stuiten we op meer verzet dan verwacht. Niet iedereen is bereid om antwoord te geven op onze vragen. Na enkele afwijzingen, zijn er toch twee Nederlandse mannen van in de zestig die willen praten. Eén ervan geeft onder meer aan dat hij geen last heeft van de arbeidsmigranten op de camping, om vervolgens een rijtje klachten op te noemen waar je u tegen zegt. Ze rijden te hard over het complex, maken er een rotzooi van en zorgen dikwijls voor geluidsoverlast.

 

Martin

Op het gedeelte waar de Oost-Europeanen wonen, gaat het ook allerminst vanzelf. Tot we Martin tegenkomen. Een Poolse arbeidsmigrant van in de dertig. Hij werkt voor Van Uden Logistics, waar hij orderpicker is. ‘’No problem’’, antwoordt hij als we de vraag stellen of we even een kijkje in zijn stacaravan mogen nemen. Ondertussen staat hij ons in een mengelsmoes van Nederlands, Engels en Duits te woord.

Zijn vrouw en twee kinderen zitten in Polen. Hij verblijft in een stacaravan in Lunteren met vier andere arbeidsmigranten. 340 euro per maand betaalt hij voor zijn verblijf op de camping. Hij mist zijn kinderen, maar heeft geen andere keuze. Er is geen werk voor hem in Polen en hier wel.

We besluiten in januari terug te keren naar Martin. We zijn benieuwd hoe hij kerst en oud & nieuw heeft gevierd. Het is al donker als we de Goudsberg betreden. Een verdwaalde Pool passeert ons stoïcijns met een capuchon op zijn hoofd. We kloppen aan bij de stacaravan van Martin. Een vriendelijke Poolse vrouw doet open en dirigeert ons naar de overkant. Martin is namelijk verhuisd. Even hartelijk als de vorige keer ontvangt hij ons. We zijn nog niet binnen of hij staat in de keuken koffie en thee voor ons klaar te maken. De woonkamer ziet er niet heel florissant uit, met twee kleine plastic banken en een televisie uit de vorige eeuw.

Toch voelt hij zich meer op zijn gemak dan in zijn vorige verblijfplaats. Hij woont nu met een vriend. Zijn huisgenoot zit er wat ongewoon bij in zijn blote bast. Samen lachen ze om het vorige filmpje van Martin, die hij nu voor het eerst ziet. De stemming verandert als we vragen naar zijn kerst. Voor even was hij terug naar zijn vrouw en kinderen in Polen. Drie dagen om precies te zijn, waarvan hij een groot gedeelte onderweg was. Oud & nieuw vierde hij ‘gewoon’ op de Goudsberg met de andere arbeidsmigranten. Rond februari ziet hij zijn gezinnetje weer, dan komen zijn vrouw en kinderen over naar Nederland. Hij kan niet wachten, zegt hij, terwijl hij ondertussen op Facebook naar foto’s van zijn gezin kijkt.

 

Je plek vinden in de Vallei

Niet alle Oost-Europeanen komen als tijdelijke arbeiders naar Nederland. Sommigen emigreren definitief naar Nederland. Via een artikel van De Gelderlander stuiten we op Aneta Dyszynska. Ze verhuisde van Polen naar Herveld en begon een winkel in de garage van haar huis.

Maar als we haar spreken, blijkt er niks meer van die winkel over. Ze is inmiddels verhuisd naar Bennekom. Het lukte niet: ze moest de zaak runnen naast haar gewone baan. Het kostte haar veel tijd en de Nederlandse bureaucratie hielp ook niet echt mee. Ze wilde de Polen in Nederland een stukje Polen geven.

Uiteindelijk verkoos ze de zekerheid boven het risico. En nu? Nu is ze getrouwd. Ze heeft een Nederlandse achternaam (Van den Dries) en werkt fulltime in een eierenbedrijf. In de vijf jaar dat ze in Nederland woont, heeft ze de taal eigen gemaakt.

Ze mist Polen wel heel erg. We zien een vrouw met wilskracht, en een toekomst in Nederland.  

 

Disco Polska

De Oost-Europeanen die naar Nederland komen doen natuurlijk meer dan alleen werken en thuis zitten. In Rhenen ontdekken we een initiatief van Bollee Events. Elke maand wordt er een heuse Disco Polska georganiseerd. Daarvoor heb je natuurlijk Poolse hulp voor nodig en al snel komen we in contact met de Poolse Anna Konowalczyk, medeorganisator van de disco. Het initiatief zag in 2014 het levenslicht en is sinds vijf maanden echt een feit. Anna Konowalczyk is erg tevreden met de uitgaansavonden. “Over de opkomst hebben we niks te klagen!”

Het succes van Disco Polska lijkt een teken te zijn dat Oost-Europeanen op zoek zijn naar een plekje in de Nederlandse samenleving, maar ze lijken tot nu toe vooral elkaar op te zoeken. Willen ze niks met Nederlanders te maken hebben? Hoe zit het eigenlijk met de intergratie van Oost-Europeanen in Nederland?

 

Doen ze wel hun best?

We besluiten het te vragen aan socioloog dr. Marcel Lubbers. Hij is universitair hoofddocent aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Doen de Oost-Europeanen wel hun best om hun plek te vinden in Nederland?

“Dat is een lastige vraag”, zegt dr. Lubbers. “Want wat is aanpassen?” Hij heeft onderzoek verricht naar de integratie van Oost-Europeanen in Nederland. “Uit ons onderzoek blijkt dat Polen bijna allemaal een baan hebben en een flink deel meer werkt dan veertig uur per week. Met de economische integratie zit het dus goed.”

“Polen vinden Nederlanders niet bepaald gastvrij”

“Uit ons onderzoek blijkt evenwel dat zij na een optimistische start net na migratie na verloop van tijd negatiever worden over Nederland. Zij ervaren redelijk veel discriminatie en vinden Nederlanders niet bepaald gastvrij. Dat belemmert contacten en sociaal-culturele integratie. We zien bijvoorbeeld ook dat Polen redelijk negatief denken over morele issues als homoseksualiteit.”

Volgens Lubbers hoeven we niet bang te zijn dat de hele natie straks Pools of Bulgaars is. “Ik verwacht dat terugkeer onder de Polen wat groter zal zijn dan we gezien hebben onder Turken en Marokkanen in het verleden. Maar veel van de migranten hebben al een partner of kinderen in Nederland. Een aanzienlijk deel zal eenzelfde route kennen als de migranten van weleer.”

 

Conclusie

Voor onze producties hebben we vele belanghebbenden gesproken. Van Martin in zijn chaletje op camping de Goudsberg tot de assistent-manager van het truckersrestaurant in Barneveld. We zijn absoluut wijzer geworden. Aan het begin betrapten we onszelf ook op vooroordelen en die hebben we kunnen nuanceren.

Voor nu zijn we vooral nog benieuwd hoe de situatie er over tien jaar uit zal zien. We merken een eilandencultuur: Oost-Europeanen zonderen zich af. Ze spreken de taal niet maar voelen zich veelal niet gemotiveerd om zich te mengen in de Nederlandse samenleving. Daar ligt vooral een verantwoordelijkheid voor ons Nederlanders: des te meer wij ze afstoten, des te groter de afstand tussen de twee bevolkingsgroepen wordt. Ook ligt hierbij een taak voor journalisten om elkaar niet na te praten.

De Oost-Europese stempel is aanwezig, zij het minder groot dan media doen vermoeden. Er is geen ‘stortvloed aan Roemenen en Bulgaren’ maar ze zijn er wel degelijk. En op korte termijn zullen ze niet massaal terugkeren. Sommigen zullen voor altijd in Nederland blijven, anderen zullen weer terugkeren naar hun thuisland.

Grote vraagtekens die we blijven houden, liggen op het gebied van werk. De situatie in transportland is ernstig: vrijwel alle Hollandse vrachtwagenchauffeurs waren bang en boos. Het is voor werkgevers goedkoper om Oost-Europese arbeidskrachten aan te nemen.

Wat de stempel van de Oost-Europeanen op Nederland zal zijn is lastig te zeggen. Volgens deskundigen blijven er van de Oost-Europeanen minder hier in Nederland dan bijvoorbeeld de Turken of Marokkanen. Ongeveer helft vestigt zich hier permanent. Wel kunnen we een stap in de goede richting zetten door de gastarbeiders minder negatief in beeld te brengen. Zowel in ons persoonlijk leven, op de werkvloer als in de media. Als we nu al beginnen met elkaar eerlijk en gelijk te behandelen, dan hoeven we waarschijnlijk ook minder zorgen te maken over toekomstige conflicten.

We zijn weer terug bij Bontjer. Hij heeft zijn tweede biertje gekregen. “Straks sta ik langs de vangrail”, zegt hij. “En dan zwaai ik naar de Polen. Hallo, Polen!” Ja, ‘de Polen’ rijden dan nog wel. Ook over twintig jaar. “Maar dan met m’n rollator. Hallo, Polen!”