sluiten Cookies

Stel uw persoonlijke cookie-instellingen in. Hou er rekening mee dat bepaalde onderdelen van NieuwsVallei.nl niet of niet optimaal zullen functioneren als u cookies blokkeert.
Lees ons cookie statement voor meer informatie.

Cookies toestaan Cookies niet toestaan

De onuitputbare geschiedenis van Rhenen

Rhenen is een behoorlijk oude stad. Het wordt voor het eerst genoemd in het jaar 855. Het kan dan ook niet anders dan dat deze stad een rijke geschiedenis heeft. Daarom nemen wij u graag mee in een aantal hoofdlijnen van de geschiedenis van Rhenen

Rhenen is een behoorlijk oude stad. Het wordt voor het eerst genoemd in het jaar 855. Het kan dan ook niet anders dan dat deze stad een rijke geschiedenis heeft. Daarom nemen wij u graag mee in een aantal hoofdlijnen van de geschiedenis van Rhenen

 

Middeleeuwen
De middeleeuwen staan bij veel mensen bekend als de jaren waarin uitwerpselen uit het raam zo op straat werden gegooid. De jaren waarin zelfs de rijke burgers in behoorlijke armoede leefden en  de guillotine volstrekt normaal was.

Het logo van Oud Historisch Centrum Rhenen is gebaseerd op de westpoort die door Rembrandt van Rijn, rond 1648, werd geschilderd. 

  

Dit schilderij geeft al een klein kijkje in Rhenen rond de late Middeleeuwen. De stad is rond 1400 volledig afgebrand. Dit kwam door de troepen van Steven van Lienden. Hij wilde wraak nemen op de moord van een familielid, maar dat gebeurde niet ongestraft. Later werd hij, door een bevel van de bisschop van Utrecht, onthoofd. Door de brand zijn belangrijke documenten zoals bijvoorbeeld de stadsbrief volledig verdwenen. Ook zijn documenten in as opgegaan waarin stond wie nu eigenlijk de Cunerakerk bouwde en wanneer. 


Kunst in Rhenen

Een van de meest bekende schilderen is wellicht ‘De inname van Rhenen in 1499’.  Het is geschilderd door de meester van Rhenen, maar wie dat is weet eigenlijk niemand…

 

 
Het vertelt het verhaal van de hertog van Gelre die zijn gebied wilde uitbreiden. Het fascinerende aan dit schilderij is dat als je goed kijkt er allemaal vreemde taferelen te zien zijn. 

Zo is er onder andere een zwaard dat op mysterieuze wijze in een ’s’-vorm is gebogen. Er wordt gezegd dat dit het werk is van de heilige Cunera. 

Bekendere schilders die Rhenen schilderden waren onder andere Rembrandt van Rijn en Albert Cuyp. Rhenen was rond de tijd waar deze schilders in leefden een van de weinige echte steden. Het feit dat Rhenen in een omgeving ligt waar rivier en heuvels naadloos elkaar kruizen, maakt het voor de schilders een aantrekkelijke locatie om Rhenen op het doek te zetten. 

 

De eigen taal van Rhenen

Rhenen is een kruispunt van dialecten. Samen met Elst en Achterberg vormt het de gemeente Rhenen, de Zuid-Oostelijke punt van de provincie Utrecht. Naast de gemeentelijke, natuurlijke en provinciegrenzen zijn er ook dialectgrenzen. Zo wordt de zuidgrens bijvoorbeeld gevormd door de Rijn, waar je aan de overkant het Betuws hoort.

 


Het Rhenens hoort vooral bij de groep van de (West-Frankische) Hollands/Utrechtse dialecten, maar is wel een uitloper. Veel van wat we Rhenens noemen is niet uitsluitend Rhenens. Veel woorden zijn onderdeel van een streektaal, van enkele elkaar overlappende streektalen zelfs. “Het Rhenens dialect bestaat niet, maar in Rhenen wordt wel dialect gesproken.”

Er zijn wel een enkele specifieke bijzonderheden op het Rhenens taalgebied. Zo kent het Rhenens als enige plaats boven de Rijn het gebruik van 'ge' en 'gij' en ook daarmee samenhangende vormen als hedde/hedde gij en binde/binde gij (heb je/hebt u, ben je/ bent u). De werkgroep Rhenens dialect heeft tot nu toe één uitsluitend Rhenens woord gevonden: 'joets'. Dat betekent 'slechte fabriek, rotfabriek om te werken': de zeejpjoets, de knowpejoets, de kruiwdejoets. Voor andere fabrieken werd gewoon febriek gebruikt, bijvoorbeeld steeanfebriek en segaorefebriek. Het woord is waarschijnlijk terug te voeren op een Oostenrijkse Joodse eigenaar van de knopenfabriek (bijna onderaan de Achterbergsestraatweg). Joets zou dan samenhangen met Duits of Jiddisch 'jud', 'jude'.

 

Dialect wordt meestal niet geschreven. Het is typisch spreektaal. Er is geen spelling vastgelegd, geen traditie en boeken kun je er vaak ook niet van vinden. Er is een enkeling die het soms probeert op te schrijven. Diegene zoekt dan naar mogelijkheden om de klanken van het dialect voor de lezer zowel begrijpelijk als vertrouwd weer te geven. Daarvoor wordt veel gebruik gemaakt van de 'gewone' Nederlandse spelling. Dat is ook niet zo gek, want meestal zijn dialect en standaardtaal sterk verwant.

Dialectspreken (en dus ook schrijven) beperkt zich tot bepaalde onderwerpen, bijvoorbeeld: huis, tuin en keuken, naaste omgeving, familie en vrienden, het dagelijks leven in de stad, enzovoort. Daarbuiten gebruik je de standaardtaal. Daarom zijn er voor veel onderwerpen ook geen dialectwoorden.

 

Tweede Wereldoorlog

Tijdens het interbellum was er veel dreiging voor een oorlog met Duitsland. De toenmalige chef van de generale staf (1934) Reynders was ervan overtuigd dat deze eventuele oorlog in Europa door de toenemende bewapening van Duitsland (dat zich niet hield aan de bepalingen van Versailles), niet te winnen. Het aantal dienstplichtigen moest worden opgevoerd en de materiële uitrusting moest worden verbeterd.

ReyndersReynders verschilde sterk van mening met luitenant-generaal W. Roëll, commandant van het Veldleger (belangrijkste onderdeel van het leger).Veel discussie vond plaats over wat de beste verdedigingsstrategie zou zijn en wat de mogelijke frontlinie zou worden. In 1939 werd Reynders aangewezen als opperbevelhebber en zo kon hij zijn zin doordrijven. Een jaar later werd hij ontslagen vanwege een conflict met minister Dijxhoorn en de verschillen met Voorst tot Voorst, de opvolger van generaal Roëll. H.G. Winkelman nam zijn plaat in. Hij koos voor de Valleilinie als hoofdweerstand. De Grebbeberg moest daarvoor versterkt worden.
Hierdoor kwam Rhenen midden in het te verwachten frontgebied te liggen. 

Na augustus 1939 moesten er in de omgeving van Rhenen ongeveer 10.000 militairen gehuisvest worden. Zij werden ondergebracht in openbare gebouwen en bij particulieren. Hoe hoger je status in het leger, hoe betere huisvesting je kreeg. Het was belangrijk dat soldaten zich naast de dagelijkse bezigheden, zoals wachtlopen, paarden verzorgen, materiaal onderhouden en stellingen aanleggen, zich niet zouden vervelen. Daarom schreef het Algemeen Dagblad op 4 september 1939: “Noodigt een soldaat op den thee. Schenkt den militair in diensttijd en huiselijk milieu.” Veel inwoners zette de deuren open en maakte het gezellig voor de militairen. 

Aanwezige burgers in gevechtszones zijn voor het leger hinderlijk en bovendien is het voor burgers levensgevaarlijk. Er werden dan ook al vroeg plannen gemaakt om burgers en vee bijtijds uit het te verwachten frontgebied te evacueren. De burgemeester was hiervoor verantwoordelijk. Zevenduizend burgers moesten worden geëvacueerd. Zij mochten het volgende aan bagage meenemen: 

"Per man, vrouw of kind moet worden meegenomen: één deken eetgerei mondvoorraad voor één dag Overigens mag worden meegenomen een weinig handbagage met de hoognodige kleedingstukken, alsmede een hond, kat of ander klein huisdier. Meubels e.d. mogen niet worden meegenomen."

 

De legende van Rhenen

Elke stad of dorp heeft zijn verhalen en mythes. Zo ook Rhenen. Het legendarische verhaal begint in het jaar 300 toen Aurelius de kroonprins van het koninkrijk York in Engeland geboren werd. Eenmaal volwassen vertrok hij naar het Heilige Land om daar te strijden en de heidenen te verdrijven. Tevergeefs, Aurelius werd gevangen genomen en opgesloten in de kerker van de machtige sultan van Babylonië. Florencia, de dochter van de sultan, had een oogje op Aurelius en voorzag hem van voedsel en andere levensmiddelen. Na een tijd voor hem gezorgd te hebben werd zij verliefd. Florencia bevrijdde hem. Ze namen de duurste materialen met zich en vluchtte naar York.

Daar werd Florencia gedoopt en trouwde zij met de kroonprins. Een Joodse meester in de astronomie, voorspelde dat het stel een dochter zou krijgen. Ze zou veel voor de mensen gaan betekenen en wonderen verrichten. Aurelius en Florencia kregen inderdaad een dochter, zij noemden haar Cunera.

Tijdens een pelgrimstocht naar Rome werden bijna alle pelgrims vermoord. Op één na. Dat was Cunera. Zij werd door de koning van Rhenen meegenomen naar Rhenen. Ze werd erg geliefd bij de inwoners. De koning werd hierdoor heel jaloers en vermoorde haar. 

Bij het graf van Cunera gebeurden wonderen en de Utrechtse Bisschop Willibord liet haar overblijfselen opgraven. Ze kreeg een speciale plek in de Petruskerk. Van het geld van de pelgrims werden de kerk en toren in Rhenen gebouwd. 


Aan de dijk tussen Amerongen en Wijck bij Duurstede woonde een man, Jan Jesse genaamd. Jan Jesse had een kind van 10 jaar en op de dag van Sint Maarten (11 november) viel zijn kind uit een boot in het water en verdronk. De man zocht tevergeefs naar het kind. Uiteindelijk ontdekte hij het na een uur onder de boot in het water. Hij trok het kind uit het water en viel huilend op de knieën, zijn vrouw was wanhopig van verdriet.

Ze besloten de heilige jonkvrouw Sint Cunera om hulp te vragen. Direct kwam het kind weer tot leven en is het gezond en wel met zijn ouders naar huis gegaan. De ouders schonken wijn en tarwe aan de kerk, evenveel als het gewicht van het kind, als blijk van hun dankbaarheid.

Schenkingen in materialen of grondstoffen waren niet ongewoon in die tijd. Wijn en tarwe zijn de grondstoffen voor brood, maar ook van de hostie die een symbolische betekenis heeft. Brood en wijn staan symbool voor het lichaam en het bloed van Christus in de katholieke eredienst.

Stadsrechten

Hendrik van Vianden, bisschop van Utrecht voerde een actieve stedenpolitiek en verleende in de periode 1230-1258 stadsrechten aan Rhenen. Tot het midden van de dertiende eeuw zijn er weinig schriftelijke sporen te vinden betreffende de stadsrechten van Rhenen. Een zwakke aanwijzing is wel dat Rhenen in die tijd al ommuurd zou zijn geweest. De sterkste aanwijzing voor een stedelijke status van Rhenen is het oudst bewaarde stadszegel met als randschrift 'burgerij van Rhenen'. De zegel is vermoedelijk een herbevestiging van de niet ontvangen oorkonde van het stadsrecht uit die periode. 

In het jaar 1403 kreeg Rhenen wél een Bisschoppelijke oorkonde. Deze was gebaseerd op de stadsrechtoorkonde van Wijk bij Duurstede. Hierdoor was Rhenen beschermd en kon het genieten van stadsprivileges en burgerrechten. Ook betekende dit voor de inwoners dat zij voor eeuwig ontheven waren van elk gebed en alle belastingen. Tevens konden zij genieten van tolvrijheid en konden niet meer voor de kerkelijke rechter worden gedaagd.

 

Dit is deel één van de serie 'De geschiedenis van Rhenen en haar inwoners'. Wilt u weten wat voor invloed de geschiedenis van Rhenen op haar inwoners heeft. Leest u dan vooral het volgende deel. Binnenkort op NieuwsVallei!