sluiten Cookies

Stel uw persoonlijke cookie-instellingen in. Hou er rekening mee dat bepaalde onderdelen van NieuwsVallei.nl niet of niet optimaal zullen functioneren als u cookies blokkeert.
Lees ons cookie statement voor meer informatie.

Cookies toestaan Cookies niet toestaan

"Efficiëntie zonder schaalvergroting"

Efficiëntie, dat woord valt geregeld in het interview met de Leusdense boer Ronald Veldhuizen. De melkproductie moet zo hoog mogelijk zijn, ende stallen ogen verzorgd maar niet echt ruim. Enorme veehallenen schaalvergroting zie je echter niet op boerderij Groot Ravesloot.

Efficiëntie, dat woord valt geregeld in het interview met de Leusdense boer Ronald Veldhuizen. De melkproductie moet zo hoog mogelijk zijn, en de stallen ogen verzorgd maar niet echt ruim. Enorme veehallen en schaalvergroting zie je echter niet op boerderij Groot Ravesloot.

In tegendeel. Groot Ravesloot is een net aan middelgroot melkveebedrijf met 65 melkkoeien, 55 stuks jongvee en drie fokstieren. Het bedrijf ligt aan de rand van Leusden en is omzoomd met drie stille weilanden. Met 29 hectare grond is er genoeg ruimte buiten, maar tijdens het zachte winterweer van afgelopen tijd bleven de dieren binnen. 

“Dat heeft te maken met voeding die al is ingekocht,” vertelt boer Veldhuizen. "Tevens veroorzaakt weidegang extra mest, hetgeen ‘s winters verder niet bruikbaar is.“ Die hoeveelheid mest probeert hij zoveel mogelijk te beperken, want dat is minder goed voor het milieu. 

Ook bij temperaturen boven de 25 graden blijft het melkvee op stal. Het maakt daarbij niet uit of het waait. “Mensen denken dat ze met dergelijk zonnig weer lekker in de schaduw kunnen liggen, maar daar is te weinig ruimte voor, met grastekort tot gevolg. Bovendien eten de dieren door de warmte te weinig en produceren ze teveel mest waardoor ze zichzelf vervuilen."

Er zijn onvoldoende bomen voor bescherming tegen de zon.

 

in de stal

De stal heeft echter dakisolatie, wat bij hoge temperaturen voor een aangenaam klimaat zorgt. 

 

Contact tussen boeren en burgers

Efficiëntie is voor de boer belangrijk, maar zijn dieren ook. Ronald Veldhuizen heeft hart voor zijn dieren, maar is het niet het type dat dat van de daken schreeuwt. Op de Facebookpagina van boerderij Groot Ravesloot staan enkele vrolijke filmpjes van koeien die na een lange winter dolenthousiast weer naar buiten rennen. Er zijn ook foto's van een open dag en een enkel filmpje en foto van iets anders, maar de laatste update is alweer van begin oktober. Ook is hij niet actief op Twitter. Toch vindt hij dat contact met de burger wel degelijk belangrijk. Jaarlijks is er in september een open dag waarop mensen kunnen zien hoe het weiland en mais bewerkt wordt en die was goed bezocht. 

En natuurlijk is hij blij met het certificaat van Vallei Boert Bewust. Dit is een groep boeren uit de Gelderse Vallei die zich inzet en punten scoort op minstens vier gebieden, waaronder energie, milieu en diergezondheid. Ze zijn niet per definitie belangrijker, maar vinden het belangrijk en leuk om burgers te informeren en te betrekken bij hoe zij werken.

 

Minder weiland, meer duurzame voeding.

De boerderijen zijn niet per definitie duurzamer dan andere boerderijen. Ook de boerderij van Ronald Veldhuizen is op sommige vlakken wat minder ver op bepaalde gebieden dan andere boerderijen, getuige de niet heel ruime stallen. In eerste instantie lijkt het vrij ruim, zeker omdat niet alle ligboxen gevuld zijn. Als je je echter bedenkt dat er nog ongeveer 25 koeien bij moesten kun je je voorstellen dat het dan wel vol staat. Er is zeker genoeg ruimte om te liggen, maar veel bewegingsruimte is er verder niet. 

Zomers hebben de dieren echter volop de ruimte op de omliggende weilanden. Veldhuizen hecht groot belang aan weidegang, een logo dat consumenten aangeeft dat de dieren minimaal 120 dagen per jaar zes uur per dag buiten lopen. Zo laat hij de dieren tussen mei en oktober zoveel mogelijk naar buiten en op een mooie dag wordt dat al gauw acht uur. Omdat de boerderij is gelegen aan een rustige weg met rondom het huis de bijbehorende weilanden, kunnen de koeien zelf kunnen bepalen of ze naar de wei of de stal gaan.

Ook besteedt hij veel aandacht aan een comfortabel klimaat en goede, duurzame voeding. Zo is er naast dakisolatie een koeienborstel waarmee de koeien hun rug kunnen krabben en heeft hij een mestschuif en mestrobot aangeschaft die de stallen schoner houdt. Ook geeft hij de dieren gevarieerde voeding, bestaande uit onder andere gecomposteerde, gerecyclede mest, gemalen koolzaadstro en zaagsel. Een gedeelte produceert hij met gras en mais van eigen land. "Dat scheelt mest en is daardoor duurzamer en goedkoper dan wanneer je al het voer zelf koopt."

 

weidegang koeien

Bedrijven krijgen het Weidemelklogo als de koeien minimaal 120 dagen per jaar, dagelijks zes uur per dag in de wei staan.

  

De koeien doen zich tegoed aan het hooi.

 

"Subsidie uit eigen portemonnee"

Deze duurzame innovaties investeert hij zelf. Afgelopen jaren mag het aantal biologische zuivelproducten zijn gestegen, hij merkt er nog weinig van in de opbrengsten. "Het is absoluut lastiger om rond te komen na de afschaffing van het quotum. Ik denk dat de markt hiervoor wel groeiende is, maar in Nederland toch te klein is om er voldoende winst uit te halen. Mensen gaan denk ik toch voor de goedkopere zuivelproducten," zegt hij gelaten. Het grootste probleem is echter de internationale handel. Ronald Veldhuizen: “Wereldwijd gezien is de Nederlandse kaas- en zuivelhandel slechts een druppel op een gloeiende plaat. Van onze kaasproductie voor Leerdammer wordt 90 procent naar het buitenland geëxporteerd." 

Extra melk kunnen produceren is volgens hem handig, maar niet voldoende. "We hadden vroeger wel een betere melkprijs. Ik ontvang wel een duurzaamheidstoeslag, maar dat is eigenlijk meer een cadeautje uit je eigen portemonnee. Het wordt van je loon gehaald en als je goed presteert, krijg je het weer terug."  

De met ongeveer acht procent gedaalde basissubsidie die elke boer kan krijgen, is dus niet voldoende. "Van die 15.000 euro kan ik alleen de algemene zaken kopen, dingen als het reguliere voer waarmee ik de mais en grasvoeding aanvul en vee-artsen. Er zijn extra subsidies voor verduurzamingsmaatregelen en projecten maar die gebruikt hij niet meer. De basissubsidie is niet zo ingewikkeld om aan te vragen, maar als je subsidie wilt krijgen voor verduurzamingsprojecten of maatregelen is dat behoorlijk complex. 

 

Liever een goede melkprijs dan subsidie

“Drie jaar geleden vroeg ik subsidie aan vanuit een regeling voor jonge landbouwers. Ik moest onder andere een melktank vervangen. De subsidie kreeg ik redelijk snel, na een half jaar, toegewezen. Wijs worden uit de voorwaardes, de administratie en het uitzoeken van de verschillende subsidieregelingen is echter behoorlijk ingewikkeld, evenals het vinden van een project waar je je bij kan aansluiten." 

“Je krijgt het geld ook pas daadwerkelijk nadat je het nodige bedrag voor je project of product zelf hebt geïnvesteerd. Daar heb je twee jaar de tijd voor. Na de investeringen duurde het bij ons nog drie maanden voor we de subsidie daadwerkelijk kregen." Eenvoudigere procedures zouden handiger zijn volgens de boer. “Het liefst zou ik echter een goede, marktconforme prijs voor mijn producten krijgen. Dan kan ik vanuit de winst investeren en heb ik geen subsidies meer nodig.”  

 

Afschaffing quota noodzakelijk voor concurrentiepositie

Oorzaak van de gedaalde subsidie is de  toename van Oost-Europese landen die ook subsidie willen voor hun landbouw en melkveebedrijven. Extra financiële steun kan echter niet zomaar worden gegeven volgens Klaas Jan Osinga, woordvoerder van de LTO afdeling Noord.  "Het is altijd het een of het ander. De EU hoopt dat de afschaffing van het melkquotum leidt tot een betere concurrentiepositie tegenover onder andere Noord-Amerika, omdat de melkveehouderijen daar veel grootschaliger zijn.  Wij als LTO hebben hier niet voor gekozen, maar de ontwikkelingen zijn nu eenmaal marktgerichter. Daar hoort ook een lagere subsidie bij omdat de boeren dus wel onbeperkt kunnen produceren.”

Volgens Ronald Veldhuizen zijn vooral de internationale zuivel en kaasprijzen dus te laag. Maar wat is uw mening over de volgende stelling? 

Ook Nederlandse consumenten moeten bereid zijn een hogere prijs te betalen voor kaas en zuivel. Je kan wel altijd naar andere landen wijzen, maar als je er zelf niks aan doet, verandert er niets.

Deel het met ons via Twitter, Facebook of redactie@nieuwsvallei.nl