sluiten Cookies

Stel uw persoonlijke cookie-instellingen in. Hou er rekening mee dat bepaalde onderdelen van NieuwsVallei.nl niet of niet optimaal zullen functioneren als u cookies blokkeert.
Lees ons cookie statement voor meer informatie.

Cookies toestaan Cookies niet toestaan

Wit of zwart kenden we niet

LUNTEREN – De Molukse Lunteranen omschrijven Simon Pattinasarany als een vriendelijke man die de Molukse Stichting Ana Upu, waar hij bestuurder van is, na aan het hart heeft liggen. Boy Titaley, een van de Molukse Lunteranen, voegt er lachend aan toe: “Simon is heel enthousiast altijd. Heel open-minded ook.” Simon Pattinasarany (54) vertelt over zijn jeugd in Lunteren en zijn passie voor het werken met mensen.

LUNTEREN – De Molukse Lunteranen omschrijven Simon Pattinasarany als een vriendelijke man die de Molukse Stichting Ana Upu, waar hij bestuurder van is, na aan het hart heeft liggen. Boy Titaley, een van de Molukse Lunteranen, voegt er lachend aan toe: “Simon is heel enthousiast altijd. Heel open-minded ook.” Simon Pattinasarany (54) vertelt over zijn jeugd in Lunteren en zijn passie voor het werken met mensen.

“Ik ben in 1961 in Barneveld geboren en heb tot mijn derde of vierde levensjaar in De Biezen in houten barakken gewoond.” Simon’s ouders waren vanuit Indië naar Nederland gebracht toen het na de Tweede Wereldoorlog onrustig werd in het voormalige Nederlands Oost-Indië.

Barakken

Veel Indiërs wilden dat Nederland zich losmaakte van Indië. Er ontstond een oorlog en het Nederlandse leger werd uitgezonden naar Nederlands-Indië om mee te vechten. Daar kregen zij hulp van lokale bewoners die de steun van Nederland wél konden waarderen. Deze bewoners werden door hun landgenoten echter gezien als verraders en omdat ze hun leven niet meer zeker zijn in Indië vluchtten ze. In 1951 werden de Molukse soldaten ondergebracht in kazernes op Java. Vanaf daar werden ze met grote schepen naar Nederland gebracht, waar ze tijdelijk ondergebracht werden in twee barakkenkampen die in gemeente Barneveld waren gebouwd. Een van die kampen was bij huis De Biezen. In beide kampen werden ruim zeventig Molukse gezinnen ondergebracht. Ondanks de situatie probeerden de Molukkers hun leven in de barakken zo goed mogelijk weer op te pakken. 

Soms als het te druk werd thuis moest ik naar mijn peetouders.

Toen duidelijk werd dat de Molukkers niet meer terug konden naar (tegenwoordig) Indonesië, stopte ook het wonen in de barakken. Veel Molukkers verhuisden naar Barneveld, een deel van de Molukkers trok naar Lunteren en besloeg daar een wijk. “Daar gingen we naar een Nederlandse kerk waar ik ook nieuwe, Nederlandse vrienden maakte,” vertelt Simon. “Daarna heb ik nog een groot deel van mijn jeugd doorgebracht in houten barakken, maar dan in IJssel Oort, Rotterdam. Daar woonden mijn peetouders.”

Grote familie

“We waren thuis met een groot gezin. Ik had negen zussen en vier broers. Ik werd daardoor niet alleen opgevoed door m’n ouders, die eigenlijk altijd bezig waren met m’n jongere broers en zusjes, maar ook door m’n oudere broers en zussen werd ik opgevoed. Soms als het te druk werd thuis, moest ik naar mijn peetouders. Daar ben ik dan ook grotendeels opgegroeid. Ik heb nog steeds goed contact met hen. Ik kan er nog steeds zo naar binnen lopen, net als bij m’n broers en zussen thuis. Gewoon door de achtertuin. We hebben een hele hechte familie, maar ik denk dat iedere Molukse familie dat is. Saamhorigheid in een familie is echt Moluks.” 

Ik werd nooit vreemd aangekeken op mijn Molukse afkomst.

Ook gastvrijheid is een kenmerkende eigenschap van de Molukse mens, vertelt Simon verder. “We konden altijd door de achterdeur zo bij iemand het huis in lopen. Niet door de voordeur, maar gewoon door de tuin liep je dan het huis in om te vragen of de kinderen daar wilden spelen of je krijgt er wat te eten. Dat is nu niet meer zo, al die paden naar achterdeuren zijn nu vergrendeld met een hek of een poort.”

Treinkapingen

Simon vertelt dat hij bij de Nederlandse kerk en op de Nederlandse basisschool veel nieuwe, Nederlandse vrienden maakte. “Ik ben in Lunteren naar school gegaan. Ik heb veel aan de peuterschool en de Julianaschool gehad. Ik ontmoette er allemaal nieuwe kinderen en maakte veel Nederlandse vrienden. Ik werd eigenlijk nooit vreemd aangekeken op het feit dat ik Moluks was. Niet door vrienden of door klasgenoten. Wit of zwart kenden we niet. Totdat in 1970 de Molukse treinkapingen plaatsvonden. Toen werd ik daar zelf op aangesproken door scholieren en docenten. Ook als ik in de trein zat werd ik vreemd aangekeken. Ik wil niet zeggen dat het een zwarte bladzijde was in mijn leven, maar zwaar was het wel. Door onrechten die (voor)ouders zijn aangedaan, is de treinkaping gebeurd. De overheid is ons wat verschuldigd, maar ik kies ervoor om gewoon door te gaan.”

Bevolkingsgroepen verbinden

Simon ging (hoe ironisch) later bij verschillende spoorbedrijven werken. “Ik ben echt een man van de cijfertjes en deed logistiek werk bij de NS en RailPro, terwijl ik eigenlijk ook heel graag met mensen werk. Maar ik heb geen enkel moment spijt gehad van mijn werk. Ik heb ook altijd leuke collega’s gehad.” 

Met zijn bestuursfunctie bij de Molukse Stichting Ana Upu kan hij toch zijn liefde voor het werken met mensen tot uiting laten komen. “Dat vind ik het mooiste wat er is: met heel veel verschillende groepen werken. Dat is ook mijn drijfveer om nu de Molukse Stichting Ana Upu aan te sturen Het behoud van de stichting en transparantie naar andere inwoners van Lunteren en andere bevolkingsgroepen vind ik erg belangrijk binnen de stichting, maar ook daarbuiten zijn dat belangrijke waarden voor mij als persoon.” 

Die liefde voor transparantie tussen verschillende bevolkingsgroepen vindt zijn oorsprong bij Jan Tomasowa en Dolly Hitipeuw. Zij hebben Simon geleerd en geholpen verder te kijken dan de alleen de Molukse gemeenschap. En dat is een levensles die hij in zijn toekomst graag doorzet.“Wat ik in mijn toekomst graag zie gebeuren is dat ik Nederland kleurrijker kan maken. We hebben ons oordeel altijd zo snel klaar en ik hoop een onderdeel te mogen zijn in het afbreken van die vooroordelen.”

 

Ze zijn eigenwijs en eigenzinnig. Ze horen allemaal bij elkaar, maar niet iedereen hoort erbij. Ze zijn gemoedelijk en rustig. Dit zijn de Lunteranen die Lunteren vormen. Als journalistiek studenten zetten wij deze mensen voor u op de crossmediale kaart. Voor meer verhalen over Lunteren: www.nieuwsvallei.nl. Mail tips naar:nieuwsvalleilunteren@gmail.com.