sluiten Cookies

Stel uw persoonlijke cookie-instellingen in. Hou er rekening mee dat bepaalde onderdelen van NieuwsVallei.nl niet of niet optimaal zullen functioneren als u cookies blokkeert.
Lees ons cookie statement voor meer informatie.

Cookies toestaan Cookies niet toestaan

Vlucht de garage van Huis Doorn in

De situatie is chaotisch en onzeker. Ze hebbenalles verlaten wat hen lief is. Vluchtelingen. Had deze situatie voorkomen kunnen worden? Volgens Y. Smit*, werkneemster van museum Huis Doorn die expositie 'Op de vlucht' vertoont, wel. "We hadden moeten handelen zoals de Nederlandse burgers honderd jaar geleden handelden."

De situatie is chaotisch en onzeker. Ze hebben alles verlaten wat hen lief is. Vluchtelingen. Had deze situatie voorkomen kunnen worden? Volgens Y. Smit*, werkneemster van museum Huis Doorn die expositie 'Op de vlucht' vertoont, wel. "We hadden moeten handelen zoals de Nederlandse burgers honderd jaar geleden handelden."

  

Een grote poort leidt naar een groen stuk land met zandwegen die kriskras door het landgoed heen lopen. Het prachtige Huis Doorn staat er recht tegenover, bereikbaar door een pad dat wordt bekrachtigd door bomen die ernaast staan. Door naar rechts af te slaan is de oude garage van keizer Wilhelm II bereikbaar. Hij was de laatste Duitse keizer en vluchtte 9 november 1918 naar het huis. Een glazen aanbouw weerkaatst het felle zonlicht. Binnen staan tien huisjes tegenover elkaar. De bruine huisjes vertellen over de situatie van de Belgen toen zij honderd jaar geleden naar Nederland vluchtten. De witte huisjes vertellen over de situatie van de vluchtelingen uit het Midden-Oosten die nu naar Europa en dus ook naar Nederland vluchten.  Elke twee huisjes die tegenover elkaar staan, representeren hetzelfde onderwerp. Maar elk huisje vertelt toch een erg verschillend verhaal. Vooral het verschil in het ontvangen van en de hulpverlening voor de vluchtelingen is opmerkelijk.  

 
Open armen

“Toen de Belgen naar Nederland kwamen, ontving de bevolking hen met open armen.", vertelt Smit. "Het waren de particulieren die veel ondernamen om zo veel mogelijk hulp te bieden. Vooral kerken droegen hun steentje bij in het bieden van onderdak.” De gewone Belgische burgers verbleven in lege fabrieksloodsen, bij de burgers in huis en in openbare gebouwen zoals scholen en kerken. Voor de armen en de Belgische soldaten waren er snel opgerichte tentenkampen. Een van deze kampen stond in gemeente Ede, gelegen in de vallei.

Verveling werd destijds als de grootste vijand gezien, omdat dit tot gespannen situaties kan leiden. Om dit te voorkomen organiseerden plaatselijke en landelijke comités verschillende activiteiten om de Belgen bezig te houden. “Van die kleine dingen zoals wandeltochten en een avondje cabaret stonden regelmatig op de planning. Alhoewel het triest was dat de Belgen moesten vluchten, verkeerden de meesten van hen niet in een te trieste situatie.”  


Warmtetekort

Vluchtelingen zijn van alle tijden. Vandaag de dag vluchten miljoenen mensen vanuit het Midden-Oosten naar Europa. Ook zij zijn op zoek naar veiligheid en een leven ver van het oorlogsgeweld vandaan. Maar een tweedeling van de Nederlandse bevolking is goed zichtbaar: ‘welkom’ versus ‘niet welkom’. De warmte die we de Belgen honderd jaar geleden boden, is er nu nauwelijks. "Door verschil in achtergrond reageert de Nederlandse bevolking nu terughoudend.", vertelt Smit. “De vluchtelingen hebben een hele andere cultuur, daarom doen zij sommige dingen anders en denken zij over sommige dingen anders. Dit veroorzaakt een denkbeeldige kloof tussen de Nederlandse bevolking en de vluchtelingen.” 

De angst voor de IS-leden die zich in de menigte vluchtelingen zouden bevinden, is een hindernis. 

Er zijn wel een aantal burgerinitiatieven en opvangcentra waar de vluchtelingen tevreden mee zijn, maar zij klagen daarentegen veel. Er heerst verveling, ze kampen met psychische uitputting, maar vooral de slechte levensomstandigheden maken het voor hen moeilijk. Ook nu vangt  GemeenteEde weer vluchtelingen op, maar er is daar veel sprake van ruimtegebrek. Het enige wat de vluchtelingen kunnen doen, is afwachten of zij een verblijfsvergunning krijgen.  “Voor Nederlanders is het communiceren met de vluchtelingen lastig door hun gebrekkig Engels. Maar ook de angst voor de IS-leden die zich in de menigte vluchtelingen zouden bevinden, weerhoudt velen om hulp te verlenen", stelt mevrouw Smit.


Meer zekerheid

Deze situatie had dus voorkomen kunnen worden volgens Smit als we hadden gedaan wat de Nederlandse burgers honderd jaar geleden hadden gedaan: particulier te hulp schieten. "Er zijn dan meer verschillende soorten manieren van hulpverlening. Waarschijnlijk was hierdoor ook de kloof tussen burger en vluchteling kleiner geweest, wat zowel de Nederlandse burgers als de vluchtelingen meer op hun gemak zou stellen." 

 

 


Expositie ‘Op de vlucht’ is van 12 december 2015 tot en met 28 augustus 2016 te zien in de glazen aanbouw van de keizerlijke garage van Huis Doorn.