sluiten Cookies

Stel uw persoonlijke cookie-instellingen in. Hou er rekening mee dat bepaalde onderdelen van NieuwsVallei.nl niet of niet optimaal zullen functioneren als u cookies blokkeert.
Lees ons cookie statement voor meer informatie.

Cookies toestaan Cookies niet toestaan

Van privéverzameling naar mega-museum

TERSCHUUR- Van een ouderwetse barbier tot een meterslange oude modeltreinbaan: het is allemaal te vinden in Het Oude Ambachten en Speelgoed Museum in Terschuur. Ben je op zoek naar nostalgie of een stukje Nederlandse geschiedenis? Dan is dit museum een echte aanrader.

TERSCHUUR- Van een ouderwetse barbier tot een meterslange oude modeltreinbaan: het is allemaal te vinden in Het Oude Ambachten en Speelgoed Museum in Terschuur. Ben je op zoek naar nostalgie of een stukje Nederlandse geschiedenis? Dan is dit museum een echte aanrader.

Het begon allemaal bij Kees Bakker, een boer die als hobby het verzamelen van ouderwetse voorwerpen had. Toen zijn boerderij in 1995 moest wijken voor een industrieterrein, had hij twee opties: of hij ging door met boeren verder in het noorden, of hij ging verder met zijn uit de hand gelopen hobby. Boer Kees koos voor het laatste, en bezit nu samen met zijn zoon Ronald Bakker één van de grootste particuliere musea in Nederland.

Ronald Bakker is dan wel een jonge man van 25, maar hij heeft net zoveel passie voor het museum als zijn vader. Toch is deze uit de kluiten gewassen verzameling geen standaardmuseum, hoe komt dat?

“Er staan hier ontzettend veel spullen, maar er staat niks achter glas. Dat is het leuke en ontzettend bijzondere aan dit museum, dat de bezoekers van ons de vrijheid krijgen om spulletjes beet te pakken. Zoiets unieks komt voor zover ik weet ook niet voor in de rest van Nederland, en zeker niet in deze grote omvang”

De meeste mensen denken bij een museum als dit vaak aan een stoffige saaie boel, helemaal de jongere generatie. U denkt daar vast anders over.

“Daar denk ik zeker anders over, ik vind het juist heel fascinerend. Ik ben in het digitale tijdperk opgegroeid en vind het daarom juist heel erg bijzonder om te zien hoe men vroeger werkte en hoe zwaar dat werk  was. Om dat beeld over te brengen op andere mensen vind ik heel erg mooi, daarom werk ik hier nu ook al vier jaar”

Wat voor bezoekers doen dit museum aan? Komen hier ook veel tieners of pubers over de vloer? “Jaarlijks ontvangen wij 40.000 bezoekers in de leeftijdscategorie 0-100. In het hoogseizoen staan hier op de parkeerplaats soms wel acht bussen. Pubers zijn wel een hele lastige categorie. Afgezien van de schooluitjes komen hier geen individuele jongeren binnen. Voor de jongere tieners van een jaar of 10 is er wel genoeg te doen: die kunnen meedoen aan een speurtocht of zelf rondneuzen in het speelgoedmuseum. Toch zijn de jongeren die hier komen altijd tevreden weggegaan. Ik heb nog nooit een jongere gezien die het helemaal niks aan vond.”

Wat is er eigenlijk precies te vinden in het museum?

“We hebben een vaste collectie van 160 oude ambachten, winkeltjes en werkplaatsen. Elke ambacht wordt gepresenteerd in een kamer van vier bij vier meter. Daarnaast hebben wij ook een hele collectie oud en antiek speelgoed, in totaal 600 vierkante meter. Dat allemaal bij elkaar opgeteld, samen met de speelruimte voor kleinere kinderen en de tijdelijke expositieruimtes, hebben we in totaal een 4200 vierkante meter aan museum, goed voor drie tot vier uur kijkplezier.”

Gooien jullie wel eens wat weg?
“Zelden of nooit, als er iets weggaat qua gereedschap brengen wij dat altijd naar een goed doel. Dat goede doel is ‘gered gereedschap’, een organisatie wat oud gereedschap naar derdewereldlanden brengt. De hoeveelheid gereedschap die wij geven aan die organisatie is zo’n twintig verhuisdozen per jaar.”

Bent u nog steeds aan het sparen?
“Jazeker, alleen wel met mindere mate. Het museum begint vol te raken, dus we nemen niet meer alle giften aan. Dat deden we vroeger wel. We hebben al drie keer uitgebreid, en aangezien we een particulier museum zijn, hebben we daar nooit subsidie voor gekregen. Toch moet er ruimte bij komen, dus we zijn aan het sparen voor onze nieuwste uitbreiding: zo’n 800 vierkante meter.”

Over de auteur

William Roodbeen