sluiten Cookies

Stel uw persoonlijke cookie-instellingen in. Hou er rekening mee dat bepaalde onderdelen van NieuwsVallei.nl niet of niet optimaal zullen functioneren als u cookies blokkeert.
Lees ons cookie statement voor meer informatie.

Cookies toestaan Cookies niet toestaan

''Monumenten worden opgericht voor slachtoffers, niet voor daders''

Het discussievuur omtrent het wel of niet toekennen van een monumentenstatus aan de Muur van Mussert op de Goudsberg te Lunteren is nog altijd niet gedoofd. Hoewel deze zaak nu bij de Rijkdienst voor het Cultureel Erfgoed ligt, houdt de kwestie nog menig betrokkene bezig.‘’Of we het nu leuk vinden of niet, de Muur is deel van onze geschiedenis en geschiedenis is erg belangrijk voor met name onze jeugd.’’ Dit zijn de woorden van Roderick Zoons, eigenaar van recreatiecentrum De Goudsberg en tevens van de Muur van Mussert. Op een rustige maar vastberaden toon vervolgt hij zijn verhaal: ‘’Vroeger heb ik zelf ook nog in die muur rondgerend. Door de gangen, door de kamers, en ik wist precies waar het bouwwerk voor diende. Ook later, toen het terrein nog een camping was en geen bungalowpark, hebben we er nooit een geheim van gemaakt. Iedereen die het wilde weten informeerden we over de NSB-geschiedenis. We hebben er echter nooit mee te koop gelopen. Wel maakt de Muur wezenlijk deel uit van het hele gebied. Het gedeelte met de chalets heb ik ingedeeld in de vorm van de Muur en het terrein zoals het vroeger was. Ik heb altijd rekening gehouden met het feit dat het bouwwerk daar nu eenmaal is.’’Gert van Koesveld, vrijwilliger bij Museum Oud-Lunteren, deelt grotendeels de opvatting van Zoons en vertelt zichtbaar enthousiast: ‘’De Muur is een stuk historie, je moet je afvragen hoe je ermee omgaat voor een volgende generatie. Het is bovendien een waarschuwing naar buiten toe. Het is een belangrijk punt dat het (het nationaalsocialisme, red.) mogelijk wéér de kop op kan steken, dus waarom zou je de Muur niet als waarschuwing laten staan? Je moet er echter niet mee te koop lopen. We weten dat die muur er staat, onderhoud de Muur zó dat dit over een tijd nog steeds het geval is en laat het zo."

Het discussievuur omtrent het wel of niet toekennen van een monumentenstatus aan de Muur van Mussert op de Goudsberg te Lunteren is nog altijd niet gedoofd. Hoewel deze zaak nu bij de Rijkdienst voor het Cultureel Erfgoed ligt, houdt de kwestie nog menig betrokkene bezig.

‘’Of we het nu leuk vinden of niet, de Muur is deel van onze geschiedenis en geschiedenis is erg belangrijk voor met name onze jeugd.’’ Dit zijn de woorden van Roderick Zoons, eigenaar van recreatiecentrum De Goudsberg en tevens van de Muur van Mussert. Op een rustige maar vastberaden toon vervolgt hij zijn verhaal: ‘’Vroeger heb ik zelf ook nog in die muur rondgerend. Door de gangen, door de kamers, en ik wist precies waar het bouwwerk voor diende. Ook later, toen het terrein nog een camping was en geen bungalowpark, hebben we er nooit een geheim van gemaakt. Iedereen die het wilde weten informeerden we over de NSB-geschiedenis. We hebben er echter nooit mee te koop gelopen. Wel maakt de Muur wezenlijk deel uit van het hele gebied. Het gedeelte met de chalets heb ik ingedeeld in de vorm van de Muur en het terrein zoals het vroeger was. Ik heb altijd rekening gehouden met het feit dat het bouwwerk daar nu eenmaal is.’’

Gert van Koesveld, vrijwilliger bij Museum Oud-Lunteren, deelt grotendeels de opvatting van Zoons en vertelt zichtbaar enthousiast: ‘’De Muur is een stuk historie, je moet je afvragen hoe je ermee omgaat voor een volgende generatie. Het is bovendien een waarschuwing naar buiten toe. Het is een belangrijk punt dat het (het nationaalsocialisme, red.) mogelijk wéér de kop op kan steken, dus waarom zou je de Muur niet als waarschuwing laten staan? Je moet er echter niet mee te koop lopen. We weten dat die muur er staat, onderhoud de Muur zó dat dit over een tijd nog steeds het geval is en laat het zo."

''Je moet je afvragen hoe je ermee omgaat voor een volgende generatie''

De Berlijnse Muur

Pieter Renkema, voorzitter van de Stichting Joods Monument Ede, licht zijn kijk op de situatie graag toe met een vergelijking: ‘’Wanneer je kijkt naar Duitsland waren ze daar ook zo stom om direct de Berlijnse Muur af te breken. Nu wordt hij langzaam weer wat opgebouwd. Men geeft aan de eerste emoties te begrijpen, het gevoel van ‘weg met dat ding’, maar het is onlosmakelijk verbonden met Berlijn én de Duitse geschiedenis. Of monumenten op een moment nou wel of niet passen is dus onbelangrijk, je moet ze gewoon in ere houden.’’

Het direct slopen van de Berlijnse Muur: een begrijpelijke, maar stomme actie

Zoons geeft aan zijn opmerking graag direct te willen nuanceren: ‘’Ik ben niet tegen, maar ook niet voor het behoud van de Muur. Ik vind dat hij  in de huidige vorm kan blijven bestaan. Hij is nu in een staat waarbij ik denk dat er wel iets aan mag en kan gebeuren, maar wanneer dit niet gebeurt verwacht ik dat het nog wel een tijdje duurt voordat er een deel instort. Ik ben niet voor het volledig opknappen en het toekennen van een monumentenstatus, maar de Muur hoeft ook niet gesloopt te worden.’’


‘’Wat betreft het niet toekennen van een monumentenstatus is het zo dat de Muur op privéterrein ligt en dat het terrein commercieel in gebruik is. Daar omheen ligt een bungalowpark wat is verkocht en deels wordt verhuurd. Om er te komen brengt veel problemen met zich mee, mensen moeten om de Muur te zien immers privéterrein over en dat is praktisch  niet handig.’’

Monumenten voor slachtoffers

De in Ede woonachtige historicus Carel Verhoef is eveneens van mening dat de Muur geen monumentenstatus verdient. Zijn persoonlijke argumenten zijn de meest gehoorde in de discussie en zijn eerder in Ede Stad gepubliceerd. Nogmaals legt hij zijn standpunten met een hoorbare ernst in zijn stem uit. ‘’Ten eerste gaat mijn zorg uit naar de slachtoffers van de naziterreur en hun nabestaanden. Denk bij deze slachtoffers aan Joden, onderduikers en voormalige verzetsleden. Zij hebben geleden onder het Duitse bewind. Veel mensen die in Lunteren bijeen zijn geweest om naar Mussert te luisteren hebben in de Tweede Wereldoorlog Joden ‘verkocht’, aan het Oostfront gevochten of onderduikers en verzetsleden verraden. Monumenten worden in Nederland doorgaans opgericht voor de slachtoffers en niet voor de daders.’’

''Monumenten worden doorgaans opgericht voor de slachtoffers en niet voor de daders''

‘’Ten tweede zullen mensen die tot de NSB behoorden of er sympathieën mee hebben wellicht een bedevaartsplaats van de Muur willen maken. Kijk maar naar de Duitse SS-begraafplaats in Bitburg waar jaarlijks nog verschillende bijeenkomsten worden gehouden. Ik ben zelf nog in Japan geweest en heb in bijvoorbeeld Hiroshima gezien hoe daar om klokslag twaalf uur de na 1945 verboden Japanse bloedvlag werd gehesen waarbij rond de vlaggenmast oud-strijders verenigd waren. Zulke dingen kunnen hier in Nederland ook gebeuren en dat moeten we proberen te verhinderen.’’

‘’Daarnaast’’, zo gaat Verhoef stug door, ‘’is dat het de bedoeling van Mussert is geweest om van de locatie een gedenkplaats voor de gevallenen te maken. Zo is op 22 juni 1940, nauwelijks een maand na de Duitse inval, een Landdag georganiseerd waarbij de NSB’ers die in de meidagen gevallen waren werden herdacht. Dit ging gepaard met tromgeroffel, een vlaggenparade enzovoort. Het doel was zelfs plaquettes op de Muur te bevestigen met de namen van de gevallenen. Het bezoek van de weduwe van plaatsvervangend leider van de NSB, Rost van Tonningen, en haar lijfwachten aan de Muur een aantal jaren geleden geeft aan dat het door sommigen nog steeds als een herdenkingsplaats gezien wordt. Dit is het doel van Mussert geweest. Mijn standpunt is dat, wanneer uit de kringen van slachtoffers het verzoek komt om de Muur geen monumentenstatus te geven, wij als samenleving de plicht hebben dit verzoek te honoreren.’’

 

 Roderick Zoons: geen monumentenstatus voor, maar wel behoud van de Muur


Roderick Zoons denkt echter anders over de Muur als herdenkingsplaats: ‘’Ik zie het geen bedevaartsoord worden. Ik woon hier al mijn hele leven en in die tijd heb ik nul, maar dan bedoel ik ook núl, neonazi’s gezien.’’

 

Nooit voltooid

‘’Tot slot’’, aldus Verhoef met een hoorbare verzuchting in zijn stem, ‘’welke betekenis heeft het stuk muur dat er nog staat? Het moest onderdeel worden van een veel groter complex, het Nationaal Tehuis voor de NSB. Daar is niks van terecht gekomen. Er is geen klokkentoren, geen grote vlaggenmast, geen dagverblijven voor vergaderingen en spelletjes, geen sportvelden, geen slaapaccomodatie. Toen Mussert na de oorlog in de gevangenis zat zei hij tegen de toenmalige directeur van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie dat naar Lunteren moest gaan om iets van de NSB te weten te komen. ‘Daar staat het één en ander, maar het is nog lang niet af’ en de rest moest hij er maar bij denken. Moeten wij dat in de toekomst ook, de rest erbij denken? Waarom zouden we iets tot monument verklaren wat maar één klein deel van een nooit gerealiseerd geheel is?’’


Wat Pieter Renkema betreft mag de Muur blijven staan

Pieter Renkema gaat er nog even goed voor zitten: ‘’Sorry, maar ik vind het echt enorm stom dat er geroepen wordt ‘de Muur van Mussert moet weg’. De NSB is een onuitwisbaar deel van onze geschiedenis en al die NSB’ers kwamen naar het keurig nette Lunteren, hoe was dat toch mogelijk? De Muur die hieraan herinnert moet gewoon blijven staan.’’

 

Zoals u kunt lezen zijn er verscheidene argumenten voor het wel of niet toekennen van een monumentenstatus aan en het ‘bewaren’ van de Muur van Mussert. Welke argumenten vindt u acceptabel of juist apekool? Laat het weten in een reactie of via info@nieuwsvallei.nl