sluiten Cookies

Stel uw persoonlijke cookie-instellingen in. Hou er rekening mee dat bepaalde onderdelen van NieuwsVallei.nl niet of niet optimaal zullen functioneren als u cookies blokkeert.
Lees ons cookie statement voor meer informatie.

Cookies toestaan Cookies niet toestaan

‘’Ik mis hem zo’’

De deur gaat open, ze kijkt me aan met waterige, vermoeide ogen. Een lege blik staart me aan. ‘’Kom binnen’’, zegt ze. Ietwat onwennig stap ik het huis binnen en schrik als er vier honden op me af komen rennen. Femke begint te lachen. ‘’Ze doen niks hoor!’’ Ik glimlach zo nep, ik schrik er zelf van. ‘’Ik wil je best wat te drinken aanbieden, maar eigenlijk heb ik alleen water.’’ ‘’Water is prima, lekker,’’ zeg ik.

Ik verbaas me over die blik. Die blik die me elke keer aankijkt. Zo leeg, zo nietszeggend. Hoe zal ze zich nu voelen? Ze zou boos kunnen zijn, maar ook verdrietig. Misschien is ze wel ontzettend gelukkig, al moet ik zeggen dat ik dat niet geloof.  Dat zou raar zijn.

‘’Hoe gaat het met je?’’ vraag ik. Weer die lege blik. ‘’Gaat wel. De ene dag wat beter dan de ander. Maar dat heeft iedereen. Toch?’’ ‘’Zeker,’’ zeg ik, niet precies wetende wat ik moet zeggen.

Femke heeft veel meegemaakt voor een jonge vrouw van eenentwintig. Te veel. Ze is geboren en opgegroeid in Amsterdam, maar is op haar achttiende verhuist naar Nijkerk. Ze wilde rust. “Toen ik zestien was, overleed mijn vader. Plotseling, out of the blue. Hij liep naar huis van zijn werk, toen hij geraakt werd door een auto die voorbij reed,” zo zegt Femke. Vervolgens vertelt Femke dat de chauffeur was doorgereden en dat haar vader een paar uur later aan de kant van de weg was gevonden door een voorbijganger. “Ik was op een feestje, ik was dronken. Ik zag dat mijn moeder mij belde, maar ik negeerde haar. Dat deed ik altijd. Ik dacht dat ze weer wilde weten hoe laat ik thuis zou zijn, het was namelijk al veel te laat. Ik had om twee uur al thuis moeten zijn.” Om veertien over drie werd Femke voor de achtste keer gebeld. Deze keer nam ze op.

“Mijn moeder schreeuwde aan de andere kant van de lijn dat ik naar het ziekenhuis moest komen. Er was iets met papa gebeurd. Mijn wereld stortte in. Ik wist niet wat ik hoorde,” vertelt ze. Vervolgens heeft Femke het over de andere partygangers, die haar verbaasd en ietwat geïrriteerd aankeken. “Wat moet zij nou weer? Zag ik ze denken. Al mijn echte vrienden waren al naar huis en ik wilde zo snel mogelijk naar het ziekenhuis.”

Femke vertelt dat er een jongen op het feest was die zo lief was haar weg te brengen. In de auto kon ze alleen maar voor zich uitstaren, met een blik van ijs. “Ik toonde geen emotie, dat kon ik niet. In het ziekenhuis rende ik naar mijn moeder. ‘Wat is er gebeurd? Wat is er gebeurd?’ riep ik. De tranen in mijn moeders ogen zeiden genoeg.”

Femke vervolgt haar verhaal. Haar moeder zei tegen haar: “’Hij is er niet meer Fem, hij is weg.’'

 

“’Hij is er niet meer Fem, hij is weg.’'

Ik schreeuwde, ik schreeuwde zo hard dat er een zuster naar me toe kwam en me in een aparte kamer liet uitrazen. Wat moet ik nou? Hoe kan ik nou verder? Een mix van wanhoop, pijn, eenzaamheid en leegte stroomde door me heen.” 

Haar moeder, die inmiddels met Femke’s zus in de wachtkamer zat, keek haar aan. “Ze keek me aan en deed niks. Ze zag me, ze voelde mijn pijn en ik die van haar. Nu staan we er met z’n tweeën voor, dacht ik. Hoe gaan we dit ooit doen?”

 

“Ze keek me aan en deed niks. Ze zag me, ze voelde mijn pijn en ik die van haar. Nu staan we er met z’n tweeën voor, dacht ik. Hoe gaan we dit ooit doen?”

Vlak na de dood van haar vader raakte de moeder van Femke in een depressie. Ze stopte met werken en liet Femke alleen achter. Op dit moment was zij pas zestien en had ze nog geen idee wat ze moest doen. “Het deed me pijn om mijn moeder zo te zien, maar zelf leed ik ook. Ik wilde haar helpen, maar ook mezelf.” Femke geeft aan dat ze begon te vluchten in verdovende middelen. Ze begon met XTC. Ze was met vriendinnen op een feestje en natuurlijk had ze er wel eens van gehoord, alleen durfde ze het nooit te gebruiken. “Het pilletje zorgde voor een bevrijdend gevoel en ik voelde voor het eerst in meer dan een jaar weer een soort van geluk. De week daarop rookte ik mijn eerste joint. Ik werd er slaperig van, maar ook down. Toch ging ik het vaker doen.” Femke zat op dit moment in haar examenjaar van de havo, maar ze deed niks meer. Ze haalde alleen maar onvoldoendes en ze ging niet meer naar school. “Omdat mijn moeder was gestopt met werken, moest ik nu mijn eigen geld verdienen. Dat deed ik in plaats van naar school gaan. Met het geld wat ik verdiende ging ik naar de coffeeshop. Op dat moment had ik niet door dat ik ongelukkig was, dat besefmoment kwam pas later.”

Op Femke haar achttiende verjaardag besloot ze uit huis te gaan. “Ik zorgde tenslotte al twee jaar voor mezelf, ik verdiende mijn eigen geld en kookte elke dag zelf.” Haar moeder zag ze vrijwel nooit, want die sliep alleen maar. “De leegte die ik hiervoor in haar ogen zag, maakte plaats voor verdriet. Verdriet dat echt duidelijk te zien was.”

“Ik mis hem zo,’’ zegt Femke.

‘’Het gekke aan iemand missen is dat je het constant voelt. Je voelt altijd een leegte, alsof er een stukje van je hart is weggezaagd. Kan ik ooit nog gelukkig zijn?” Dat soort vragen heeft zij zich meerdere malen afgevraagd. Natuurlijk weet Femke diep vanbinnen wel dat ze dat kan, alleen weet ze niet hoe en wanneer.

Femke vertelt dat de rest van haar familie geen idee heeft. “Ze weten natuurlijk wel dat we onze problemen hebben, maar niet in hoeverre het serieus is. Op familiefeestjes spelen we toneel. Mijn moeder en ik zijn dan opeens beste vriendinnen, het gaat ontzettend goed met me en ga ik dit jaar toch écht mijn diploma halen. Eigenlijk leef ik continu in een soort waas. Alles gaat een beetje langs me heen. Ik ga naar feestjes, ik heb een leuke vriendengroep. Maar als ik elke avond na het uitgaan weer thuis kom, voel ik me leeg, alleen en verlaten.” Een jaar geleden is Femke opgenomen geweest. Het ging gewoon echt niet meer. Femke vertelt dat ze met iemand moest praten, iemand die haar pijn voelde. Ze ontmoette een meisje die vrijwel hetzelfde mee had gemaakt, maar dit meisje leefde nog wel volledig haar leven. Zij had een bepaalde sprankel in haar ogen, volgens Femke. “Ze straalde, dat wilde ik ook.” Dit is inmiddels een jaar geleden en Femke is nog steeds depressief. “Ik ben moe, ik ben zo moe en uitgeput. Telkens maar weer die pijn, die leegte en dat verdriet. Als hij er nog was, dan was het allemaal zo anders geweest, zo veel beter.”

Sinds Femke in Nijkerk woont voelt ze een bepaalde rust. Ze voelt zich vrijer en houdt van de rustige omgeving waar ze woont. De mensen zijn vriendelijk, het is minder hectisch. ‘’Je weet precies waar alles te vinden is en er heerst een gezellige sfeer. Je weet precies wat je kunt verwachten, en dat vind ik fijn.’’ Ze begeleid me naar de voordeur. ‘’Ik ga nooit meer terug naar Amsterdam”.

Wegens privacy redenen is de naam in het verhaal gefingeerd.

 

‘’Ik ga nooit meer terug naar Amsterdam” .