sluiten Cookies

Stel uw persoonlijke cookie-instellingen in. Hou er rekening mee dat bepaalde onderdelen van NieuwsVallei.nl niet of niet optimaal zullen functioneren als u cookies blokkeert.
Lees ons cookie statement voor meer informatie.

Cookies toestaan Cookies niet toestaan

''Ik wil later machinist worden''

In de tijd dat ik op zaterdag naar het Openluchtmuseum Arnhem ging was het bij de opening om tien uur al dringen bij de kassa. De hoogstens veertig gevulde parkeerplekken en het niet hoeven wachten in een rij deden op de vroege zaterdagochtend van 9 januari het ergste voor de klandizie vermoeden. Terwijl ik verveeld wat steentjes van het zandpad voor me uittrap zie ik de geschiedenis ontwaken. De schaatsen worden klaargezet, de koffiekraam geprepareerd en de trillingen van de warme lucht worden boven de vuurkorven langs de wandelroute zichtbaar. Het is winter, winter in 1910.

In de tijd dat ik op zaterdag naar het Openluchtmuseum Arnhem ging was het bij de opening om tien uur al dringen bij de kassa. De hoogstens veertig gevulde parkeerplekken en het niet hoeven wachten in een rij deden op de vroege zaterdagochtend van 9 januari het ergste voor de klandizie vermoeden. Terwijl ik verveeld wat steentjes van het zandpad voor me uittrap zie ik de geschiedenis ontwaken. De schaatsen worden klaargezet, de koffiekraam geprepareerd en de trillingen van de warme lucht worden boven de vuurkorven langs de wandelroute zichtbaar. Het is winter, winter in 1910.

Na pak ’m beet een uur begint het pas goed druk te worden. Het voor mij bekende beeld van gezinnen die naar een tram sprinten om maar niet die honderd meter naar het volgende stationnetje te voet af te hoeven leggen, komt weer terug. Mijn keuze valt op de benenwagen en ik eindig bij wat op de plattegrond aangegeven staat als ‘Zaanse plein, wintermarkt’. Daar tref ik een kleine jongen aan, gehuld in een dikke muts met bijpassende sjaal die verwoed de zware hamer van de ‘kop van Jut’ op het plateau laat kletteren. Hoewel het gewichtje niet verder lijkt te komen dan zijn ooghoogte heeft het er alle schijn van dat Leroy (6) enorm veel plezier beleeft aan het ‘hedendaagse vroeger’.

Leuk en leerzaam

‘’Ik ben hier al vijf keer geweest’’, aldus Leroy. De nuance van zijn moeder maakt duidelijk dat dit aantal bezoeken bijgesteld moet worden naar drie. Terwijl we verder lopen naar de scheepswerf vertelt de vader van Leroy over de reden van hun bezoek: ‘’Als ouders wil je de kinderen ook wat bijbrengen. Een omgeving als het Openluchtmuseum maakt op leuke wijze duidelijk dat wat zij nu aan hun voeten hebben geen vanzelfsprekendheid is, dat mensen honderd jaar geleden op hout in plaats van op kunststof liepen.’’

Met brandend riet hout buigen, Leroy vindt het maar wat interessant 

Leroy luistert aandachtig naar wat de werknemer van de scheepswerf allemaal te vertellen heeft. Zijn vader kijkt en lacht: ‘’Het blijft echt hangen bij die jongen! Na twee dagen kan hij nog spontaan beginnen met: ‘Papa, weet je nog dat…’. Het hoeft echter natuurlijk niet allemaal leerzaam te zijn. We zijn voordat jij (uw verslaggever, red.) kwam al vaak van de sleebaan afgegaan en daarnaast hebben we een hangertje gemaakt volgens ‘oud recept’. Zo’n doe-het-zelf-activiteit is voor kinderen erg leuk, je houdt iets blijvends aan het dagje uit over en ze zijn lekker actief bezig.’’

'Van paard en wagen naar vrachtwagen', een privélesje geschiedenis over Van Gend en Loos


Veel meer tijd om te praten is er niet. We volgen het pad langs de fotosalon en komen uit bij de loods van het vroegere Van Gend & Loos, waar tweehonderd jaar aan transportgeschiedenis te zien is. Leroy kijkt zijn ogen uit en krijgt hier en daar wat uitleg van zijn moeder. ‘’Ik werk bij DHL’’, zo vertelt ze, ‘’de opvolger van Van Gend en Loos. Het is leuk om wat over de geschiedenis van het bedrijf te vertellen, maar op een gegeven moment wordt dat voor een kind saai. Zo’n museum is dan ideaal, het wordt veel interessanter wanneer ze de zaken waar ik het over heb in het echt zien. Op die manier ‘leeft’ het veel meer en spreekt het niet alleen tot de verbeelding.’’

Machinist in de dop

Na een ritje in de ‘koetssimulator’ is het tijd om aan het voor Leroy interessantste deel van het park te beginnen, de zogenoemde ‘Tramremise’. Als fervent liefhebber van vrijwel alles wat op rails rijdt kijkt hij zijn ogen uit bij de authentieke tramwagons waarvan er één zelfs een heuse ‘trouwwagon’ blijkt te zijn. Het blijft echter niet bij het uiterlijk, ook van de mechaniek is Leroy aardig op de hoogte.

‘’Kijk, die stalen balken duwen tegen de wielen. Als de tram heel hard gaat en ineens remt krijg je vonken, net vuurwerk’’ krijg ik te horen terwijl ik het smalle trappetje van de onderhoudsbrug afloop. Leroy staat al beneden met zijn achterhoofd in zijn nek te kijken naar alle platen, buizen en stangen die de onderzijde van de tramwagon rijk is. Op de vraag of hij dit interessanter vindt dan het uiterlijk van de wagon komt het bevredigende antwoord: ‘’Ik vind alles mooi en ik wil later machinist worden’’.

De 'machinist in de dop' legt in vogelvlucht de werking van de tramwagon uit


Daadwerkelijk rijden mag hij niet, meerijden wel. De volgende stop is het ‘Kindererf’. Geheel in stijl maken we gebruik van de tram waarbij Leroy ons voorgaat. Als het voertuig eenmaal rijdt staat hij op en loopt hij naar de knop bij de uitgangspoortjes toe. De kleine jongen begint aandachtig te lezen wat er op het digitale bordje staat. ‘’Hij zit in groep drie’’, zo verklaart zijn vader, ‘’hij leert er elke keer een nieuwe letter bij. Aangezien trams ‘zijn ding’ zijn laten we hem hier lekker zijn gang gaan. Leren doet hij op school ook wel, maar het werkt veel beter als je je interesse met je leerwerk kunt combineren.’’ ‘’Deur openen, hier drukken’’, antwoordt Leroy na een tijdje. ‘’Even wachten tot hij stilstaat, dan mag je dat doen. We gaan broodjes bakken’’, roept moeder.

Onderweg naar de (nog te bakken) broodjes


Gamen anno 1910

Een stok met deeg er omheen gewikkeld en een brandend vuurtje, meer is er niet voor nodig om kinderen op speelse wijze hun eigen eten te laten bereiden. Dat het dan wat aangebrand is maakt niet uit, des te groter is de verrassing dat het broodje naar croissantjes smaakt. Met een lichte bodem in de maag wordt er koers gezet richting een oude schuur waar de spelletjeshal gevestigd is.

 

'Makkelijk', aldus Leroy

Met simpele oer-Hollandse spellen als muntjesgooien en het 'Mannetjesspel' kunnen de kinderen zich uren vermaken, ook Leroy. Nadat hij zijn vader wat waardevolle tips gegeven heeft over hoe je zo’n kegel nu wél raakt manoeuvreert hij zich door een groepje mensen naar het muntjesgooien. Terwijl op dubieuze speelwijze vrijwel elke munt in de kleine gleuf (goed voor tweehonderd punten, een monsterscore) belandt verstrijkt de tijd snel en is het moment aangebroken om te beginnen aan dé dagafsluiting: poffertjes voor het hele gezin. Eenmaal gezeteld in het overvolle restaurant wordt de dag besproken en arriveren de eerste twee porties. Een sneeuwstorm aan poedersuiker volgt. ‘’Zó lekker smaakten ze in 1910 vast niet!’’