sluiten Cookies

Stel uw persoonlijke cookie-instellingen in. Hou er rekening mee dat bepaalde onderdelen van NieuwsVallei.nl niet of niet optimaal zullen functioneren als u cookies blokkeert.
Lees ons cookie statement voor meer informatie.

Cookies toestaan Cookies niet toestaan

Het verhaal van Saartje Lekatompessy

Langzaam open ik de deur van de Molukse Evangelische Kerk. Het is muisstil, het enige geluid dat ik hoor is het gekraak van de vloer. Ik kijk naar de verschillende kunstwerken die op de muren hangen. In de verte hoor ik voetstappen, maar ik zie nog niemand. ‘Hallo, jij bent vast Yasmine!’ hoor ik met een hoge enthousiaste stem. Ze schudt mij de hand en stelt zich vriendelijk voor.

 

Sara Lekatompessy is geboren op 18 februari 1949 in Celebes, een eiland in Indonesië. Zij heeft hier slechts twee jaar gewoond: ‘Toen ik twee jaar was ging ik met mijn ouders naar Nederland. Wij gingen via de havenstad Semarang op Java met het schip genaamd Fairsea. De reis heeft bijna een maand geduurd.’

 

Van Indonesië naar kampen

Als de Molukkers in 1951 aankomen in Nederland gaan ze meteen naar een opvangcentrum in Amersfoort. Vanuit daar werden zij verdeeld door heel Nederland in kampen. ‘Het kamp waar ik zat was erg klein. De mensen waren erg gefrustreerd, want je mocht niet zomaar naar buiten. Als scholieren moesten we met een bus naar school vanaf het kamp en dezelfde bus haalde ons ook weer op en bracht ons terug. We zaten met zo’n 1200 mensen op een kamp, elk gezin had een eigen ingang en je sliep op stapelbedden. Ook kregen we zakgeld, wat erg weinig was. Een volwassene kreeg drie gulden per week en een kind twee. Mijn gezin had tien gulden per week om van te kunnen leven,’ vertelt Saartje met een droevige blik op haar gezicht.

 

Molukse wijken

In de jaren ’60 kregen de Molukkers hun eigen wijken, de gemeentes kregen geld om deze te bouwen. Zij mochten nu na een lange tijd de kampen verlaten om in huizen te gaan wonen: ‘We hebben ons houten huisje ingeruild voor een stenen huis. Ik heb zelf veertien jaar in een kamp gezeten, ik was erg blij en opgelucht toen we eindelijk onze eigen wijk kregen. In 1964 kwamen de eerste Molukse mensen naar Lunteren, waaronder ikzelf.’ De Molukse wijk is omringd door Nederlandse mensen. Volgens Saartje werkt dit heel goed samen en zijn er over het algemeen geen problemen. Wel geeft ze aan dat het onder de jongeren wat lastiger gaat: ‘De boeren jongeren weten niet veel van de geschiedenis van de Molukkers, hierdoor krijg je dat men niet praat en meteen op de vuist gaat. Tussen de Molukse en Nederlandse jongeren gaat het nog wat moeizaam, tussen de volwassenen gaat het prima.’