sluiten Cookies

Stel uw persoonlijke cookie-instellingen in. Hou er rekening mee dat bepaalde onderdelen van NieuwsVallei.nl niet of niet optimaal zullen functioneren als u cookies blokkeert.
Lees ons cookie statement voor meer informatie.

Cookies toestaan Cookies niet toestaan

Armoede: altijd en overal

“Midden in de nacht werd er aangebeld. Na even getwijfeld te hebben deed ik de deur open. Er stond een jongeman aan de deur die vroeg of ik een schep voor hem had. Ik vroeg hem waarom hij midden in de nacht een schep nodig had. Hij vertelde dat hij dakloos was, en even verderop met nog wat andere jongens onder een brug sliep.”

Mevrouw van Silfhout woont al zesenveertig jaar in Veenendaal. Al zeker zes jaar breit ze kleren en dekens voor kinderen in arme landen. Ze doet dit voor de stichting Nachamu Nachamu Ami, wat ‘troost, troost mijn volk’ betekent. “Met elkaar breien we zoveel dat er per drie à vier weken twintig dozen vol zijn”, illustreert ze. De dozen gaan via vrachtwagens voornamelijk naar Israël, maar ook naar andere landen zoals Moldavië en Oekraïne. “Waar het ook maar nodig is, daar gaat het naartoe.”

“Je kunt er zoveel kleuren en energie in kwijt”

De kleren zijn bedoeld voor dakloze kinderen in landen waar het ’s winters erg koud kan worden. “Ze zijn er daar super blij mee, want ze hebben daar niks. Het is daar koud, en ik vind dat ze het warm moeten hebben.” Ze breit onder andere truien, vesten en dekentjes om dat voor elkaar te krijgen. En de afgelopen maanden is ze zelfs bezig geweest met stoffen knuffelbeertjes. “Dekens vind ik het leukste om te breien. Daar kan ik me zo in uitleven, je kunt er zoveel kleuren en energie in kwijt.”

Mevrouw van Silfhout merkt dat het vrijwilligerswerk leeft in Veenendaal. In kerken en verzorgingstehuizen worden vergelijkbare initiatieven opgezet. “Zelf word ik weleens geholpen door mensen die wol komen brengen. Dan hoor ik dat er ook in kerken en verzorgingstehuizen gebreid wordt. Er zijn zelfs mannen die breien!” Zo raakt ze betrokken in kringen die hetzelfde doel voor ogen hebben.

"Ga maar eens naar Amsterdam, of loop ’s nachts eens een rondje, dan zie je ze liggen hoor”

Vroeger breide ze als klein meisje voor daklozen in Nederland bij het Leger des Heils. Want armoede is niet iets wat alleen in het buitenland is. “Er is in Nederland ook armoede, maar je ziet het hier minder. Maar ga maar eens naar Amsterdam, of loop ’s nachts eens een rondje, dan zie je ze liggen hoor.” Overal dus, maar ook altijd. Vroeger was er armoede en nu nog steeds. “En wat me dan verbaast is dat het niet ophoudt. Mensen blijven arm, ze leren niet een stoepje te vegen of geld te verdienen. Het is een hele rare situatie waarin die mensen leven.”

Graag draagt ze bij aan een betere wereld. Maar ze beseft ook dat ze dat niet in haar eentje kan. “Ik kan hun probleem niet oplossen, ik kan slechts bijdragen. Je kunt nooit alles zelf, maar met elkaar kom je een heel eind.” Bijdragen in de vorm van noodhulp, dat is wat ze kan doen. Maar voor structurele verbetering moeten dakloze mensen leren geld te verdienen, volgens van Silfhout. “Ze hebben dat besef niet. Als je iemand uit Moldavië een bus verf geeft, zal hij die zeker wel gebruiken om bij mensen te schilderen, maar zonder er geld voor te vragen.”

“Wat zou ik graag mijn eigen trui brengen”

Tot haar grote spijt is ze zelf nooit in één van de landen waarvoor ze breit geweest. “Wat zou ik graag mijn eigen trui zelf brengen om met eigen ogen te kijken hoe die mensen leven.” Maar het wordt lastig om die droom ooit nog te realiseren. “Ik krijg over tien dagen een nieuwe heup, zie je me nu al gaan?” zegt ze gekscherend. “Maar als ik de kans krijg, zou ik zeker gaan.”