sluiten Cookies

Stel uw persoonlijke cookie-instellingen in. Hou er rekening mee dat bepaalde onderdelen van NieuwsVallei.nl niet of niet optimaal zullen functioneren als u cookies blokkeert.
Lees ons cookie statement voor meer informatie.

Cookies toestaan Cookies niet toestaan

"Elke aanslag is pijnlijk, niet alleen Parijs. Parijs is niet het allerbelangrijkst"

13 november 2015 was de datum waarop mannen het vuur openden op onschuldige burgers in de hoofdstad van Frankrijk. De gevolgenvan deze gebeurtenis zijn nog steeds zichtbaar.“Ik was net thuis na een overleg toen ik het nieuws aanzette en het hoorde,”zegtMustafaÇelik.“Mijn eerste reactie was verdriet. Maar daarbij moet ik zeggen dat niet zo lang geleden in Ankara en in Libanon soortgelijke aanslagenwaren."

13 november 2015 was de datum waarop mannen het vuur openden op onschuldige burgers in de hoofdstad van Frankrijk. De gevolgen van deze gebeurtenis zijn nog steeds zichtbaar. “Ik was net thuis na een overleg toen ik het nieuws aanzette en het hoorde,” zegt Mustafa Çelik. “Mijn eerste reactie was verdriet. Maar daarbij moet ik zeggen dat niet zo lang geleden in Ankara en in Libanon soortgelijke aanslagen waren."

De situatie in Parijs noemt hij enorm betreurenswaardig, maar het is niet erger dan bijvoorbeeld de mensenlevens die verloren zijn gegaan tijdens het bombardement op een markt in Syrië afgelopen week waarbij er 34 doden vielen. En hoor je dat terug op het nieuws? Nauwelijks. Dat is toch absurd?” Als je de focus legt op één gebeurtenis bagatelliseer je alle andere. Daar moet je alert op zijn volgens Çelik. “Elke aanslag is pijnlijk, niet alleen Parijs. Parijs is niet het allerbelangrijkst.” 

"Voor een visie staan is uitstekend. Als je dat kwijtraakt, word je een slap schaap dat alle kanten op gestuurd kan worden"

“Ik heb niet de illusie dat een aanslag als in Parijs eenmalig was," vertelt Çelik. "Maar bang ben ik niet. Als je tankt bij een benzinestation is er ook een mogelijkheid dat de boel ineens ontploft, en dan is dat ook heel gevaarlijk. Maar betekent dat dat je niet meer gaat tanken?”

Frank Arendsen, werkzaam als wijkagent in Ede-West: "Als politie worden we natuurlijk extra alert na zo'n ingrijpende gebeurtenis. Het is goed dat mensen beter opletten na zo'n gewelddadig incident. Veiligheid is niet iets waar wij als politie alleen voor kunnen zorgen, daar hebben we iedereen bij nodig."

 

Radicalisering

Na de genoemde aanslagen is 'radicalisering' een woord dat veelvoudig is gebruikt, vaak in negatieve zin. Toch heeft Çelik een heel andere blik op de betekenis van dit woord. “Radicalisering is een gezond iets,” zegt hij stellig. “Naar mijn idee is iedereen radicaal. Ben jij niet radicaal? Iedereen is radicaal op een gebied. Je school, je geloof, je werk of je maatschappelijke visie. Je maakt je zorgen om iets. Voor een visie staan is uitstekend. Als je dat kwijtraakt, word je een slap schaap dat alle kanten op gestuurd kan worden. Doordat wij als individu radicale ideeën hebben kunnen we interessante discussies hebben met elkaar. Radicalisering in de algemene zin van het woord moeten we juist toejuichen."

De sociaal psycholoog Ron van Wonderen is senior onderzoeker op het gebied van radicalisering. "Wil je echt tot de kern van radicalisering komen, dan moet je kijken naar het individuele ontstaansproces. Voor iedere jongere die radicaliseert, geldt een persoonlijk verhaal. Vaak zijn het jongeren die zich niet thuis voelen in de hedendaagse maatschappij. Ze voelen zich nergens thuis, totdat ze een groepering ontdekken waar ze zichzelf kunnen bewijzen. Je kunt radicalisering op verschillende niveaus zien. Als je extreem rechts bent of extreem links, is dat ook een vorm van radicalisme," aldus Van Wonderen.

 

 De Franse vlag verscheen op veel monumenten, ter ilustratie van het "Je suis Paris"

 

Maar radicalisering is goed volgens Mustafa Çelik. Tot een bepaalde hoogte. “Voor mij ligt de grens bij geweld, of dat nou fysiek of verbaal is. Als je in staat bent geweld te gebruiken om je visie door te drukken, ga je te ver. Dit doen de IS strijders in Syrië, maar de rechtse idealisten in Nederland ook, in kleine mate."

Radicalisering wordt vaak door de war gehaald met extremisme. Ron van Wonderen legt het verschil uit: "Radicalisering is niet perse een probleem. Iemand die radicaal wordt in zijn geloof is daarmee nog niet gewelddadig. Veel orthodoxe gelovigen wijzen geweld juist af. Extremisme daarentegen is het gebruik van antidemocratische middelen en het geloof willen verspreiden. Zoals het stichten van een kalifaat, wat er dus nu gebeurt. In Syrië willen jihadisten een islamitisch kalifaat stichten, waar geleefd wordt volgens de islamitische waarden."

 

Tegenbeweging

"Deradicalisering" is een woord dat in 2015, en ongetwijfeld in 2016, veelvuldig in de mond is genomen. Het zou de basis moeten zijn om jongeren hier in Nederland te behoeden voor het doorslaan in hun religie. Nikki Sterkenburg, tegen haar zin vaak expert genoemd op het gebied van radicalisering en extremisme, wil eigenlijk ook graag weten wat deradicalisering inhoudt. "Eigenlijk ben ik ook wel benieuwd naar al die deradicaliseringsprogramma’s. Want wanneer ben je niet meer radicaal? Als je trouw hebt gezworen aan de democratie?”

Volgens Sterkenburg worden mensen die een gesprek met de deradicaliseringshulp willen vaak doorgestuurd naar de reclassering. “Onlangs waren er twee jongens teruggekomen uit Syrië. Ze zijn veroordeeld tot twee jaar cel. Vervolgens vroegen ze een deradicaliseringsprogramma aan, maar dat was er niet. Ze krijgen dus alleen gesprekken met de reclassering.”

Sjef van Gennip, directeur Reclassering Nederland stelt in een interview met NRC dan ook dat reclassering er niet is om te deradicaliseren. “Het moet ervoor zorgen dat de verdachten in de tussentijd niet in de fout gaan, bijvoorbeeld door naar Syrië te vertrekken of, in het ergste geval, een aanslag plegen zoals onlangs in Parijs. We zijn níét bezig mensen af te laten stappen van de radicale islam. Welk geloof jij aanhangt, is jouw vrijheid en jouw keuze. Maar als dat leidt tot strafbaar gedrag, is de grens bereikt.

"Om radicalisering tegen te gaan moet je niet alleen kijken naar wijkagenten. Ouders moeten hierin weerbaarder worden tegen hun kinderen"

Gelukkig bestaan er wél deradicaliseringsprogramma's, al zijn ze dan behoorlijk kleinschalig. Juliaan van Acker, emeritus professor aan de Radboud University Nijmegen stelt echter dat deze programma's drie fundamentele punten missen. “De huidige deradicaliseringsprogramma’s in Nederland gaan niet uit van de moslims zelfDaarnaast is een deradicaliseringsprogramma een gedragsbehandeling. Dit moet je dus langzaam opbouwen en zodanig begeleid worden dat men ontdekt wat wel en wat niet werkt. Ten slotte is het belangrijk dat de jongeren iemand hebben om zich aan te identificeren, in de matigende zin. Imams bijvoorbeeld.”

 

Interventies

Ron van Wonderen heeft onder andere onderzoek gedaan naar interventies om radicalisering bij jongeren te stoppen. "Het is heel moeilijk om te zeggen wat nou het beste werkt tegen radicalisering. Je hebt het over individuele personen, die op zoek zijn naar erkenning binnen een extreme geloofsgemeenschap."

"Het gaat er hier echt om dat je in die individuele personen gaat verdiepen en dan gaat maatwerken. Je gaat door middel van een interventie uitzoeken wat het beste bij diegene past. Het is lastig om precies te zeggen wat helpt, want bij die interventies moet je het denken van die jongeren zien te veranderen."

Maar niet alleen interventies kunnen radicalisering verhelpen. Ouders kunnen een rol spelen. "Om radicalisering tegen te gaan moet je niet alleen kijken naar wijkagenten. Ouders moeten hierin weerbaarder worden tegen hun kinderen. Maar ook zorginstellingen, maatschappelijk werkers, moskeeën en scholen kunnen een grote bijdrage leveren. Iedereen kan opletten en meewerken om radicalisering op te merken."

"Tijdens die avonden heb je veel contact met de jeugd. Dat is erg goed om eventueel radicalisering te signaleren"

"Ik kan zeker bevestigen dat wijkagenten het oog zijn van de wijk." Samen met zijn collega is Martijn Hakstege wijkagent van Ede-Oost en Ede Centrum. "Het is een hele aantrekkelijke wijk om wijkagent te zijn. Er zijn veel horeca en ondernemers. Dus je werkt naast de bewoners van deze wijk, ook veel met andere mensen uit Ede."

Zo is ook de functie van de wijkagent als je praat over radicalisering. "Wij zijn wijkagenten die signaleren. Vervolgens spelen wij dat door aan de mobiele eenheden. De mobiele eenheden doen het werk." Om de week is Martijn Hakstege in het weekend aanwezig op de stapavonden in Ede. "Dat is koud zeker in de wintermaanden. Tijdens die avonden heb je veel contact met de jeugd. Dat is erg goed om eventueel radicalisering te signaleren. Tijdens de aanslagen in Parijs had ik geen dienst. Ik was op dat moment thuis. Wel heb ik meteen gevraagd of er extra hulp nodig was. Dat was niet nodig. Die avond is de stapavond in Ede heel rustig verlopen." 

Wie denk jij dat verantwoordelijk is om radicalisering te bestrijden, na het lezen van deze longread en de artikelen uit het dossier "Parijs in de Vallei"?